Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


Action disabled: revisions
namespace:het_oude_en_het_nieuwe_in_het_anarchisme

Het oude en het nieuwe in het anarchisme

Door Peter Arshinov

  • Oorspronkelijke titel: CTAPOE И НOEBOE B AНAРXИЭME
  • Verschenen: 1927
  • Bron: Dielo Trouda nr. 30-31, november/december 1927, pag. 13-17.
  • Vertaling: RK

Deze tekst is onderdeel van de discussie over het Organisatorisch Platform.

Deze tekst verscheen als reactie op een brief van Maria Goldsmith genaamd Organisatie en partij, welke later in het Frans in de krant Plus Loin gepubliceerd werd onder haar pseudoniem Maria Isidine. Peter Arshinov richtte zijn reactie op haar brief aan M. Korn, wat eveneens een pseudoniem van Goldsmith was. In de krant Dielo Trouda verscheen haar reactie op het Organisatorisch Platform van de Libertaire Communisten namelijk in het Russisch onder die naam.


Het oude en het nieuwe in het anarchisme

Reactie op het artikel van M. Korn

In haar artikel concentreert kameraad M. Korn zich voornamelijk op het onlangs afgesloten Congres van de Anarcho-communistische Bond en op de statuten die door dat Congres zijn aangenomen. Maar gaandeweg haalt zij enkele algemene organisatorische kwesties aan en trekt zij conclusies die niet vergelijkbaar zijn met die ten grondslag liggen aan het Organisatorisch Platform. Daarom proberen we in ditzelfde nummer enkele controversiële kwesties of misverstanden aan het licht te brengen.

Kameraad Korn stelt ons concept van een partij, als een anarchistische organisatie die de hele revolutionaire anarchistische beweging leidt, tegenover het oude concept van een partij toen de anarchisten eigenlijk niet werkelijk een partij hadden maar, door middel van wederzijds begrip, tot overeenstemming kwamen over de doelen en de manieren om die te behalen.

Maar het feit is dat een dergelijke partij zich slechts beperkte tot het ideologische vlak, maar er lijkt geen notie te zijn van de periode waarin de anarchistische beweging opkwam; toen diens pioniers hun weg op de tast probeerden te vinden, zonder ervaring en nog niet serieus onderworpen waren aan de harde realiteit van het leven.

Met de ontwikkeling en intensivering van de sociale strijd van de massa, kregen alle stromingen die op de een of andere manier de uitkomst van deze strijd probeerden te beïnvloeden zowel organisatorisch als politiek vorm. Die stromingen die zich niet organisatorisch ontwikkelden, ontwikkelden zich ook ideologisch niet en werden terzijde geschoven. Wij Russische Anarchisten werden hier tijdens de revoluties van 1905 en 1917 bijzonder door getroffen. We bevonden ons tijdens de gevechten in het begin dan wel in de frontlinie, maar zodra de constructieve fase begon, raakte we onherstelbaar achterop en uiteindelijk ver verwijderd van de massa’s. Dit is geen toeval. Deze situatie vloeide onvermijdelijk voort uit onze organisatorische hulpeloosheid en ideologische verwarring.

Het huidige tijdperk, waarin miljoenen massa’s op staan en zich mengen in de sociale strijd, vraagt van het anarchisme meer dan een partij zonder organisatievorm en die enkel gebaseerd is op ideologische goedhartigheid. Dit tijdperk vereist van ons – van de hele anarchistische beweging – directe antwoorden op een aantal van de belangrijkste sociale vraagstukken, voor de socialistische constructie, verantwoordelijkheid voor de anarchistische slogans, enz.

Maar totdat we een anarchistische organisatie van algemeen partijbelang hebben, zullen we niet in staat zijn om deze antwoorden te geven, noch om deze verantwoordelijkheid te nemen. Een constant onderscheidend kenmerk van onze beweging is dat er geen eensgezinde mening bestaat, zelfs niet over de belangrijkste kwesties van sociale strijd en constructie. Deze beweging heeft net zoveel meningen als er groepen en individuen zijn. Sommige anarchisten noemen dit een veelzijdigheid aan anarchistische ideeën. Het is mogelijk dat dit een veelzijdigheid van ideeën is, maar daar hebben militante arbeiders niets mee te maken, want voor hen is deze verscheidenheid niets meer dan domheid.

Om uit dit moeras van verwarring te komen, waar de anarchistische beweging in is vast komen te zitten doordat ze in aantal is gegroeid, maar organisatorisch in de beginfase is blijven steken, moet deze vastberaden en doortastend handelen. De beweging moet de organisatorische vorm aannemen die zo lang gerijpt heeft en zonder welke ze niet langer in staat zal zijn, om haar plaats in te nemen in de strijd voor een nieuwe wereld – de vorm van een partij-brede, anarchistische organisatie. De vitale noodzaak van deze nieuwe stap wordt door veel anarchisten waargenomen; degenen die het lot van het anarchisme in verband brengen met het lot van militante arbeiders. Helaas hinderen de tradities uit het verleden sommige kameraden om de waarheden van vandaag onder ogen te zien – vooral de afwezigheid van enige organisatorische school van welke aard dan ook. En als dieptepunt nemen zij de ondankbare rol op zich om deze waarheid aan te vechten.

Kameraad M. Korn behoort, voor zover we haar goed begrijpen, niet tot de laatste categorie. Maar ze behoort ook niet tot de gelederen van de nieuwe beweging. Ze belicht de nieuwe zaak kritisch, maar helpt daarmee natuurlijk om deze zaak vooruit te helpen.

Laten we nu verder gaan met enkele punten van kameraad Korns kritische opmerkingen. We weten allemaal dat elk deugdzaam principe dat in de verkeerde handen valt, in zijn tegendeel kan veranderen. Zo was het in onze gelederen bijvoorbeeld met het principe van federalisme. Onder diens dekmantel pleegden veel groepen en individuen – vaak simpele boeven – daden die de anarchistische beweging ten schande maakten. Interventies waren in dergelijke gevallen niet succesvol, aangezien de daders van deze schandelijke daden zich beriepen op hun autonomie, op het federalisme, waardoor ze onafhankelijk en naar eigen goeddunken konden handelen. Natuurlijk was dit geen federalisme, maar slechts een grove perversie.

Hetzelfde kan het geval zijn met een aantal andere principes, als die in de verkeerde handen vallen – in het bijzonder het principe van de anarchistische partij. Het is mogelijk dat de Franse kameraden enigszins werden meegesleept door centralisme (hoewel dit voor ons nog niet volledig zichtbaar is). Men kan echter niet ontkennen dat ze ernaar streven, om uit de chaos te komen en proberen tot een gezonde anarchistische organisatie te komen. Of ze hierin slagen, is de vraag. Wat de juiste oplossing is, zal afhangen van een aantal zaken. Allereerst, of er personen in de Franse beweging zijn die het organisatorische, politieke en tactische probleem van het anarchisme goed begrijpen, het onder woorden kunnen brengen en het werk in die richting kunnen leiden.

Kameraad Isidine is het fundamenteel oneens met het principe van de meerderheidsstem. Wij zijn echter van mening dat het nauwelijks nog de discussie waard is. In de anarchistische praktijk is dit punt al lang opgelost. Binnen onze beweging worden praktische kwesties bijna altijd met een meerderheid van stemmen besloten. Tegelijkertijd bleef de minderheid niet overtuigd, maar kwam ze niet in opstand tegen de beslissing en gaf grotendeels vrijwillig toe. En dit is heel begrijpelijk: er bestaat geen andere manier om problemen – in praktische vakbondsorganisaties – op te lossen. Het bestaat gewoon niet. In het geval van meningsverschillen tussen de meerderheid en minderheid waarbij geen van de partijen terrein prijs kan geven, zal het tot een splijting komen - bijv. vanwege punten die dermate fundamenteel zijn. Dit ongeacht de principes en standpunten die de organisatie tot dat moment heeft uitgedragen. We zien nu iets dergelijks in AUCP.[1]

We zijn het niet eens met kameraad Korn als ze zegt dat het orgaan (tijdschrift) van een aparte groep zijn eigen lijn kan volgen, als deze anarchistisch is. De bond moet “alle meningen en trends die in de bond bestaan” weerspiegelen. Het orgaan van een aparte redactiegroep behoort immers niet alleen tot deze groep, maar ook aan al diegenen die haar ideologisch en materieel steunen. Het tijdschrift heeft als orgaan van de gehele bond niettemin bepaalde richtlijnen nodig, omdat het veel meer verantwoordelijkheid draagt voor de Algemene Anarchistische Bond dan dat het orgaan van een afzonderlijke willekeurige groep dat doet. Natuurlijk zou een orgaan van de Algemene Anarchistische Bond ruimte moeten geven aan de minderheid binnen de bond, want anders wordt hen hun stem ontnomen. En in dit opzicht spreekt de door kameraad Korn aangehaalde paragraaf van de resolutie van de Franse kameraden de rechten van de minderheid tegen en moet deze worden gewijzigd. Om de minderheid de gelegenheid te geven hun standpunt kenbaar te maken, moet het tijdschrift van de organisatie tegelijkertijd haar eigen duidelijke lijn hebben, en geen platte weerspiegeling zijn van de verschillende meningen en gevoelens die in de vereniging opkomen.

Als voorbeeld van de vermeende ongeschiktheid van een algemeen partijbesluit, noemt kameraad Korn de Makhnovistische beweging, waartegenover anarchisten van standpunt verschilden. Dit voorbeeld spreekt echter eerder voor de noodzaak van een anarchistische partij dan ertegen. De anarchisten waren niet goed vertrouwd met de Makhnovistische beweging. Ten eerste omdat velen van hen deze beweging en diens ontwikkeling helemaal niet kenden, ten tweede omdat velen niet in staat waren om de politiek van zo’n grote en unieke beweging als de Makhnovistische beweging te analyseren en begrijpen. Ze hadden daarvoor een serieus collectief nodig.

Als de Russische anarchisten in die tijd een serieuze politieke organisatie hadden gehad, zouden ze ongetwijfeld de plicht op zich nemen om de beweging zorgvuldig te bestuderen en, op basis van deze studie, haar houding jegens haar vast te stellen. Dit zou voor zowel het anarchisme als de Makhnovistische beweging nuttiger zijn dan de ongeorganiseerde, chaotische houding die Russische anarchisten ten opzichte van de Makhnovistische beweging toonden tijdens de jaren van diens ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de oorlog.

Het is een feit dat er over dit soort zaken meningsverschillen ontstaan binnen organisaties en in zulke gevallen zijn splitsingen vaak het gevolg. In zulke gevallen moet echter niet het persoonlijke geweten en de persoonlijke tactieken van elke individuele anarchist centraal staan, maar de algemeen gedragen opvattingen wat betreft de ideologie, politiek en tactiek van de partij. Alleen op die manier kan de anarchistische beweging als geheel haar houding tegenover en haar verbinding met de massa behouden.

De organisatie en het principe van afvaardiging verhindert op geen enkele manier de manifestatie van het initiatief, dat altijd zal worden ondersteund door de anarchistische organisatie. Afgevaardigden van een organisatie of stromingen proberen het initiatief niet te stoppen, maar de willekeurige activiteiten van willekeurige personen te vervangen door georganiseerd werk van het collectief. Het komt in ons land immers vaak voor dat willekeurige personen belangrijke zaken op zich nemen , die binnen de macht van een grote organisatie liggen, maar nu verkruimelen of niet goed worden afgehandeld. Dit gebeurde in ons land vaak met de uitgave van kranten, tijdschriften, boeken, met de organisatie van clubs, etc. Natuurlijk is het niemand verboden om naast de organisatie ook nog een eigen krant uit te geven, maar als de organisatie deze niet ondersteunt, hoeft deze zich daarvoor ook niet verantwoordelijk te voelen: de organisatie heeft recht om zelfstandig te handelen en hoeft geen rekening te houden met de grillen van individuen.

Ongetwijfeld was het initiatief van individuele groepen en individuen een scheppende factor binnen het anarchisme. Maar dit initiatief werd tot op zekere hoogte altijd door de bestaande collectieven gesteund. Het kan niet anders. Een beweging die alleen zou leven van dat wat afzonderlijke groepen en individuen ondernemen en zelf geen creativiteit zou uitoefenen, zou snel verdwijnen en degenereren. Juist daarom is het één van de fundamentele taken van onze beweging om de voorwaarden te scheppen die elke militant in staat stellen om niet alleen initiatief te tonen, maar om te helpen dit te ontwikkelen, waardoor het een aanwinst voor de hele beweging wordt. Tot nog toe heeft onze beweging, o.a. door het gebrek aan een algemene organisatie, de voorwaarden die elke arbeider in staat stelt om diens energie voor de zaak te geven, nog niet gehad. Het is algemeen bekend dat sommige leden van de anarchistische beweging enkel naar de Bolsjewieken overliepen, omdat ze hun capaciteiten binnen de anarchistische beweging niet voor de zaak konden inzetten. Aan de andere kant is het ongetwijfeld ook zo dat veel revolutionaire arbeiders in de gelederen van de CPSU gedesillusioneerd zijn door de bolsjewistische ideologie, en zich bij het anarchistische kamp zouden hebben aangesloten. Maar vanwege het gebrek aan een gemeenschappelijke organisatie met een bepaalde richting, doen ze dat niet.

“Wat nodig is, is niet zozeer organisatie als wel een bepaalde gedragslijn en een specifiek programma van de dag”, zegt kameraad Korn.

Maar hoe is dit mogelijk, aangezien er nog niet eens een voorlopige organisatie is? Om de kwestie van een programma en een gedragslijn aan de orde te stellen, is er een organisatie nodig die de verantwoordelijkheid op zich neemt om te vechten voor een programma in een bepaalde gedragslijn. Op dit moment wordt deze verantwoordelijkheid op zich genomen door de groep van Russische anarchisten in het buitenland, ondersteund door een aantal anarchistische arbeidersorganisaties in Noord- Amerika.

Natuurlijk zullen er in het pionierswerk dat deze organisaties uitvoeren, zeker fouten en gebreken te vinden zijn. Ze moeten worden opgemerkt en geholpen worden om ze te corrigeren. Maar het belang waarvoor deze organisaties werken en vechten – de ontwikkeling van een specifiek programma, een specifieke politieke en tactische lijn van anarchisme, de oprichting van een algemene anarchistische organisatie die de hele anarchistische beweging zou leiden – staat buiten twijfel. Het is van vitaal belang voor onze beweging.

P. A.

Voetnoten

  • [1] De in 1925 door Stalin hernoemde All-Unie Communistische Partij (Bolsjewiki), AUCP(B) van de Sovjet Unie. In het Russisch ‘ВКП(б)’ (VKP(b)). Waarschijnlijk doelt Arshinov hier op een interne strijd binnen de Communistische Partij tussen Trotski en Stalin.
namespace/het_oude_en_het_nieuwe_in_het_anarchisme.txt · Laatst gewijzigd: 02/04/21 12:02 door defiance