Gecollectiviseerde landbouw

Door Emma Goldman

Een artikel van Emma Goldman over de constructieve inspanningen van de anarchisten tijdens de Spaanse Burgeroorlog en Revolutie (1936-1939). Ze bericht daarin enthousiast over de gecollectiviseerde landbouwgemeenschap in Albalate de Cinca.


Gecollectiviseerde landbouw

Een bezoek van Emma Goldman aan een gecollectiviseerde landbouwgemeenschap in Albalate de Cinca, 5 maart 1937

De superieure kwaliteit van de Spaanse anarchistische beweging in vergelijking met die in andere landen, zit hem in het constructieve voorbereidingswerk dat onze kameraden vanaf bijna het begin van de oprichting van de CNT hebben gedaan. Een paar jaar geleden werd er een enquête onder alle aangesloten syndicaten gehouden, waarbij gevraagd werd in hoeverre men zich voorbereidt voelde, om op de eerste dag van de revolutie de industrie over te nemen en deze zelf te beheren; in hoe verre zij wisten welke middelen zij tot hun beschikking hadden en welke kosten het onderhoud van de industrie met zich mee bracht; en of zij zich in staat voelden om de leiding te nemen over de productiemiddelen en de distributie. Het Comité van de Confederación Nacional del Trabajo (Nationale Confederatie van de Arbeid, CNT) was verrast hoe goed de eenvoudigste arbeiders en landarbeiders de mechanismen van het industriële systeem begrepen. Met andere woorden, de Spaanse arbeiders hadden jaren aan ervaring en voorbereiding voor dat ultieme moment – de sociale revolutie.

Naast hun economische voorbereiding, waren zij ook ideologisch getraind. Ze begrepen goed dat niet de creatie van een grandioze staat, maar de capaciteit om te produceren voor de behoeften van de gehele gemeenschap de garantie biedt voor het leven en de veiligheid van de Revolutie.

Op 19 juli 1936 bewezen de Spaanse arbeiders dat zij voorbereid waren voor dat ultieme moment. Sinds dien hebben zij op sublieme wijze hun prerevolutionaire scholing in het economische leven in dit land getoond. Nog steeds vechtende – soms bijna met de blote vuist – onteigenen zij tegelijkertijd de fabrieken en winkels, het hele transportsysteem evenals de bodem, en hebben de taak op zich genomen om een nieuwe leven op bouwen met de decadente overblijfselen die hun economische meesters hebben achtergelaten.

Ik had voor mijn bezoek aan Spanje niet kunnen dromen dat onze Spaanse kameraden zo ver gevorderd zouden zijn met hun constructieve taak. Ik bezocht een groot aantal grote industrieën en stond versteld van de capaciteiten van deze zogenaamd ongeschoolde arbeiders en de intelligente en vaardige wijze waarop zij deze taak uitvoerden. En ik was nog meer onder de indruk van de landarbeiders in de dorpen die ik had bezocht – van de gedrevenheid en vaardigheid bij het collectiviseren van de grond en hoe zij, dat wat zij “Communismo Libertario” noemden, werkelijkheid lieten worden.

Het dorp Albalate de Cinca is hiervan een schoolvoorbeeld. Het bevindt zich in de provincie Huesca – één van de door de fascisten meest belegerde fronten. Het dorp heeft zo’n 5000 inwoners, waarvan de meerderheid CNT-FAI-leden. De drijvende kracht achter de landonteigeningen en het gemeenschappelijke organisatorische werk zijn een kameraad van zeventig en zijn kleinzoon van vijfentwintig. Zij zijn gedurende drie generaties voorbereid op de ideeën en idealen van het anarchistische communisme. Het kosten hun dan ook geen moeite om hun lang gekoesterde droom om te zetten en het land gemeenschappelijk te bewerken in het belang van allen.

Het grote landgoed was van één van de aristocratische parasieten, zoals er zo velen waren in Spanje. Hij woonde in het buitenland en gaf daar zijn grote inkomen uit, vergaard uit het zweet en de arbeid van de hongerende landarbeiders. In 1929 deed hij de landarbeiders het hoffelijke aanbod om zijn grote eigendom voor een exorbitant bedrag te huren. Ze geloofde hem op zijn woord, maar ze stelden al snel vast dat, hoewel zij het land met alle macht bewerkten, het niet genoeg opbracht om aan de eisen van de man die het landgoed bezat te voldoen. Ze hielden het een jaar vol, maar weigerden vanaf dan de huur en belastingen verder te betalen. Als reactie hierop werden ze constant vervolgt door de handlangers van Primo de Rivera, de toenmalige dictator van Spanje. Met het uitroepen van de republiek in ’31, werden zij met rust gelaten. Ze zouden toegang tot het landgoed krijgen, maar zonder het recht om het land te bewerken of het vruchtbaar te maken. Toen kwam op 19 juli de Revolutie, die in Spanje om zich heen greep en in Catalonië het meest effectief was.

De landarbeiders van Albalate de Cinca waren een van de eersten die de Revolutie op een constructieve manier interpreteerden. Zij gingen aan het werk met een wilskracht en vastberadenheid die de buitenwereld nooit zou verwachten van deze “grove en onontwikkelde landarbeiders”.

Toen ik begin oktober aankwam – nauwelijks drie maanden nadat de heroïsche arbeiders van Catalonië Franco’s bendes hadden verslagen – was het deze “grove en onontwikkelde landarbeiders” al gelukt om een groot gedeelte van het land te collectiviseren en werkten zij in de ware geest van het Libertaire Communisme. Zij toonden meer intelligentie en een beter begrip van de psychologie, dan de mannen die de Russische arbeiders en landarbeiders aan de dictatuur hadden onderworpen. Zij hadden ingezien dat het een fatale fout was om hun broeders door middel van de tot de tanden toe bewapende Tsjeka de collectieven in te drijven. De kameraden van Albalate de Cinca legden – in hun natuurlijke wijsheid – uit dat het hun plicht was om de superieure kwaliteit van het werken in het gemeenschappelijk belang aan te tonen. Ze zeiden me dat “op het moment dat we onze broeders kunnen aantonen dat het collectieve werk tijd en inspanning scheelt, en dat het de leden van het collectief meer oplevert, zullen de landarbeiders die nu nog terughoudend zijn, zich bij ons aansluiten.”

Ik was in de gelegenheid om dit te bevestigen toen ik in gesprek kwam met enkele arbeiders die nog geen onderdeel van het collectief waren. Gelukkig wisten zij niet wie ik was en kwamen daarom niet met verzonnen verhalen om mij behagen. Ze vertelden me hun eenvoudige wijze precies wat de gedachte was die mij was uitgelegd door het Comité van de Collectieven van Albalate. Ze zouden “afwachten en zien” hoe goed het collectivisme zou werken en zouden dan besluiten of ze zich zouden aansluiten. De kameraden in Albalate de Cinca hebben drie organen – de Raad van de Arbeid, die van de Voedselvoorziening en die ter Zelfverdediging. Deze drie functioneerden natuurlijk op federatieve wijze. Federalisme is de kern van het idee en de praktijk van de CNT-FAI.

Het zou echter fout zijn te stellen dat Albalate de Cinca een volledige anarchistische commune is. Het arbeidsprincipe ‘van ieder naar diens vermogen, naar ieder naar dienst behoefte” kan nog niet volledig worden omgezet. Het land ligt te lang braak en er zijn maar een zeer beperkt aantal moderne machines om mee te werken. De eerste stap van het collectief was dan wel om een dorsmachine en het meest basale landbouwwerktuig aan te schaffen, maar dit is allemaal nog steeds erg primitief en daarom brengt het land niet genoeg op, om iedereen te voorzien in hun behoefte. Tegen alle verwachtingen in en met gevaar voor eigen leven door de bloeddorstige vijand en ter verdediging van de Revolutie, is het Albalate desondanks gelukt om de principes van het anarchistisch communisme zo dicht te benaderen. De alledaagse benodigdheden worden verdeeld naargelang de grootte van de familie en wat er over is wordt bijgedragen aan de antifascistische oorlog en de revolutionaire strijd. Dit is onder de huidige omstandigheden inderdaad een prestatie van formaat.

Wat me echter het diepst raakte was het sociale bewustzijn en de vurige geest van de jonge generatie in het collectief. Zij dachten geen seconde aan zichzelf; al hun hoop en aspiraties waren gevestigd op het grote en opbouwende werk dat voor hen lag, de scholen die zij wilden bouwen, de ziekenhuizen, de bibliotheken en musea die zij planden. De jongeren waren zonder uitzondering beter belezen en beter vertrouwd met de sociale ideologie dan veel van de jonge mensen in de grote steden buiten Spanje.

Wat er ook mag komen van de dappere strijd van de Spaanse arbeiders en landarbeiders en hun voorhoede, de CNT-FAI (zij zullen en moeten overwinnen); het constructieve experiment dat begon op 19 juli zal schitteren als het meest uitmuntende voorbeeld van hoe een Revolutie tot uitvoering moet worden gebracht.