Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:over_het_afsterven_van_staat_en_recht

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
namespace:over_het_afsterven_van_staat_en_recht [15/01/20 09:04]
defiance
namespace:over_het_afsterven_van_staat_en_recht [15/01/20 09:46]
defiance
Regel 11: Regel 11:
 ====== Over het afsterven van staat en recht ====== ====== Over het afsterven van staat en recht ======
  
-Anarchisten zouden de staat en het recht willen vernietigen. Het vernietigen,​ het stuk slaan laat alles verloren gaan. Marxisten zouden de staat en het recht willen laten afsterven. Sommige marxistische Sovjetjuristen ontwikkelden ​direkt ​na de Russische Revolutie van 1917, uit de verspreid gepubliceerde opvattingen van Marx en Engels1. ​over staat en recht, afstervingstheorieën. In deze theorieën komt het erop neer dat staat en recht zodanig worden afgebouwd, dat de maatschappij de staat weer in zich terugneemt. Het lijkt nu alsof er zich, met betrekking tot staat en recht, een onderscheid tussen anarchisten en marxisten voordoet op basis van het verschil in begripsinhoud van de termen vernietigen/​afsterven. Het bedoelde verschil acht ik tenminste voor het onderscheid tussen maatschappelijk-anarchisten en marxe marxisten een schijnbaar verschil.[2]+Anarchisten zouden de staat en het recht willen vernietigen. Het vernietigen,​ het stuk slaan laat alles verloren gaan. Marxisten zouden de staat en het recht willen laten afsterven. Sommige marxistische Sovjetjuristen ontwikkelden ​direct ​na de Russische Revolutie van 1917, uit de verspreid gepubliceerde opvattingen van Marx en Engels[1] ​over staat en recht, afstervingstheorieën. In deze theorieën komt het erop neer dat staat en recht zodanig worden afgebouwd, dat de maatschappij de staat weer in zich terugneemt. Het lijkt nu alsof er zich, met betrekking tot staat en recht, een onderscheid tussen anarchisten en marxisten voordoet op basis van het verschil in begripsinhoud van de termen vernietigen/​afsterven. Het bedoelde verschil acht ik tenminste voor het onderscheid tussen maatschappelijk-anarchisten en marxistische ​marxisten een schijnbaar verschil.[2]
  
-Dat dit door bepaalde marxistische groeperingen niet erkend of herkend wordt, moet onder meer in het volgende worden gezocht. Enerzijds zou de erkenning zijn konsekwenties ​kunnen hebben voor de struktuur ​van de partij en de rol van de partij in de klassenstrijd. Anderzijds heeft de beklemtoning van het begrip vernietigen in zijn tegenstelling met het begrip afsterven de funktie ​de blikrichting van het burgerdom op zekere wijze te fixeren. +Dat dit door bepaalde marxistische groeperingen niet erkend of herkend wordt, moet onder meer in het volgende worden gezocht. Enerzijds zou de erkenning zijn consequenties ​kunnen hebben voor de structuur ​van de partij en de rol van de partij in de klassenstrijd. Anderzijds heeft de beklemtoning van het begrip vernietigen in zijn tegenstelling met het begrip afsterven de functie ​de blikrichting van het burgerdom op zekere wijze te fixeren. 
-Het destruktieve ​element dat bij sommige anarchisten aanwezig was, wordt door politieke tegenstanders,​ zowel van burgerlijke als van andere zijde, zó sterk geaksentueerd ​en (opzettelijk) misverstaan,​ dat ‘het anarchisme’ als een aangelegenheid voor het politieapparaat kan worden afgedaan. Dit destruktieverwijt ​wordt vervolgens als hefboom gebruikt om allerhande anarchistische opvattingen als utopische, idealistische misvattingen te voorschijn te laten komen (Viesel). Zo gaan meningen postvatten dat anarchisten alle organisatie afzweren, dat zij hun idealen van vandaag op morgen denken te kunnen verwezenlijken,​3dat zij de mensen slechts kennen als egoïstische wezens. Een aantal misvattingen daaromtrent heb ik elders trachten recht te zetten.[4] ​+ 
 +Het destructieve ​element dat bij sommige anarchisten aanwezig was, wordt door politieke tegenstanders,​ zowel van burgerlijke als van andere zijde, zó sterk geaccentueerd ​en (opzettelijk) misverstaan,​ dat ‘het anarchisme’ als een aangelegenheid voor het politieapparaat kan worden afgedaan. Dit destructieverwijt ​wordt vervolgens als hefboom gebruikt om allerhande anarchistische opvattingen als utopische, idealistische misvattingen te voorschijn te laten komen (Viesel). Zo gaan meningen postvatten dat anarchisten alle organisatie afzweren, dat zij hun idealen van vandaag op morgen denken te kunnen verwezenlijken,​[3dat zij de mensen slechts kennen als egoïstische wezens. Een aantal misvattingen daaromtrent heb ik elders trachten recht te zetten.[4] ​
  
 In deze beschouwing zullen verschillende gedachten centraal staan, die met het afsterven van de staat en het recht van doen hebben. In deze beschouwing zullen verschillende gedachten centraal staan, die met het afsterven van de staat en het recht van doen hebben.
Regel 21: Regel 22:
  
   * een macht boven de maatschappij; ​   * een macht boven de maatschappij; ​
-  * die gekoncentreerd ​is op een zeker grondgebied;​  +  * die geconcentreerd ​is op een zeker grondgebied;​  
-  * waar van een bundeling van vele maatschappelijke ​funkties ​in handen van weinigen sprake is.+  * waar van een bundeling van vele maatschappelijke ​functies ​in handen van weinigen sprake is.
  
-De staat wordt door Kropotkin gezien als een mechanisme van wetgeving en politieke ​aktiviteit ​om een aantal klassen te onderwerpen aan de overheersing van andere klassen. De staatsorganisatie dient in de opvatting van Kropotkin ter verzekering en uitbreiding van de uitbuiting van de massa'​s ten gunste van enkele ​gepriviligeerde ​groepen. Spreken anarchisten over vernietigen van de staat, dan denken zij niet aan het vernietigen van een  +De staat wordt door Kropotkin gezien als een mechanisme van wetgeving en politieke ​activiteit ​om een aantal klassen te onderwerpen aan de overheersing van andere klassen. De staatsorganisatie dient in de opvatting van Kropotkin ter verzekering en uitbreiding van de uitbuiting van de massa'​s ten gunste van enkele ​geprivilegieerde ​groepen. Spreken anarchisten over vernietigen van de staat, dan denken zij niet aan het vernietigen van een ding, maar aan het onmogelijk maken van bepaalde ​functies.
-ding, maar aan het onmogelijk maken van bepaalde ​funkties.+
  
-De vernietiging van de staat wordt door anarchisten in verschillende toonaarden aangeduid: gewelddadig,​ plotseling, langzaam, door opvoeding etc. De maatschappelijkanarchisten, vanuit wie ik dit vraagstuk benader, begrijpen - in welke toonzetting het ook staat - de vernietiging van de staat allen als een procesmatig gebeuren. Zo Voline, een van de anarchistische revolutionairen tijdens de Russische Revolutie en geschiedschrijver van die revolutie.+De vernietiging van de staat wordt door anarchisten in verschillende toonaarden aangeduid: gewelddadig,​ plotseling, langzaam, door opvoeding etc. De maatschappelijke anarchisten, vanuit wie ik dit vraagstuk benader, begrijpen - in welke toonzetting het ook staat - de vernietiging van de staat allen als een procesmatig gebeuren. Zo Voline, een van de anarchistische revolutionairen tijdens de Russische Revolutie en geschiedschrijver van die revolutie.
  
-Hij zegt bijvoorbeeld dat de bestaande maatschappij onmogelijk moet worden. Dit ‘worden’ duidt op de idee dat de revolutie als een proces wordt gezien; niet een zich buiten de mensen voltrekkend proces, maar een proces dat zich dóór de mensen, en door de mensen héén voltrekt. Daarom ook dat anarchisten telkens met klem hebben betoogd, dat de bevrijding van de mens slechts kan plaatsvinden door die mens zélf. Deze opvatting is terug te vinden in het ook door marxe marxisten ​geaksepteerde ​uitgangspunt:​ de bevrijding van het proletariaat kan slechts het werk van het proletariaat zelf zijn. Dit kernpunt laat een anarchistische opvatting over ‘vernietigen’ anders dan een menselijk - in tegenstelling met een mechanies ​buiten de mens afspelend - procesmatig gebeuren in de tijd logisch niet toe.5+Hij zegt bijvoorbeeld dat de bestaande maatschappij onmogelijk moet worden. Dit ‘worden’ duidt op de idee dat de revolutie als een proces wordt gezien; niet een zich buiten de mensen voltrekkend proces, maar een proces dat zich dóór de mensen, en door de mensen héén voltrekt. Daarom ook dat anarchisten telkens met klem hebben betoogd, dat de bevrijding van de mens slechts kan plaatsvinden door die mens zélf. Deze opvatting is terug te vinden in het ook door marxistische ​marxisten ​geaccepteerde ​uitgangspunt:​ de bevrijding van het proletariaat kan slechts het werk van het proletariaat zelf zijn. Dit kernpunt laat een anarchistische opvatting over ‘vernietigen’ anders dan een menselijk - in tegenstelling met een mechanisch ​buiten de mens afspelend - procesmatig gebeuren in de tijd logisch niet toe.[5
  
 ===== Eigendom ===== ===== Eigendom =====
  
-De tegenstelling tussen anarchisme en het marxe marxisme op grond van het verschil tussen vernietigen/​afsterven bleek een schijnbare tegenstelling. Het is niet denkbeeldig dat ook op andere plaatsen zich een dergelijke schijnbare tegenstelling voordoet. Als dit zo blijkt te zijn, is het mogelijk dat bepaalde opvattingen door marxe marxisten ontwikkeld, evenzeer gehuldigd kunnen worden door maatschappelijk anarchisten. In dit verband is het nuttig een anarchisme-verwijt door Paschukanis aan het adres van Proudhon gemaakt, nader te beschouwen.[6] ​+De tegenstelling tussen anarchisme en het marxistische ​marxisme op grond van het verschil tussen vernietigen/​afsterven bleek een schijnbare tegenstelling. Het is niet denkbeeldig dat ook op andere plaatsen zich een dergelijke schijnbare tegenstelling voordoet. Als dit zo blijkt te zijn, is het mogelijk dat bepaalde opvattingen door marxistische ​marxisten ontwikkeld, evenzeer gehuldigd kunnen worden door maatschappelijk anarchisten. In dit verband is het nuttig een anarchisme-verwijt door Paschukanis aan het adres van Proudhon gemaakt, nader te beschouwen.[6] ​
  
-Paschukanis,​ een van de vroege marxistische sovjetjuristen,​ stelt dat de grondvesten van de partikuliere ​eigendom moeten worden aangetast. Dit mag volgens mij een konsekwent ​marxistisch anarchistisch standpunt heten. Paschukanis meent dat anarchisten dit standpunt niet innemen. Hij zegt dat zij wel de uiterlijke kenmerken van het burgerlijke recht, de staatsdwang en de wetten verwerpen, maar het innerlijk wezen van dit recht: de vrije overeenkomst tussen onafhankelijke producenten,​ laten bestaan. De verwijzing naar ‘de anarchisten’ blijkt neer te komen op een verwijzing naar Proudhon. Wat beweert Proudhon?+Paschukanis,​ een van de vroege marxistische sovjetjuristen,​ stelt dat de grondvesten van de particuliere ​eigendom moeten worden aangetast. Dit mag volgens mij een consequent ​marxistisch anarchistisch standpunt heten. Paschukanis meent dat anarchisten dit standpunt niet innemen. Hij zegt dat zij wel de uiterlijke kenmerken van het burgerlijke recht, de staatsdwang en de wetten verwerpen, maar het innerlijk wezen van dit recht: de vrije overeenkomst tussen onafhankelijke producenten,​ laten bestaan. De verwijzing naar ‘de anarchisten’ blijkt neer te komen op een verwijzing naar Proudhon. Wat beweert Proudhon?
  
-Proudhon wil de hele sociale ​struktuur ​heringericht zien op grondslag van het wederkerig ​kontrakt. De norm ‘kontrakten ​moeten worden nagekomen’ zal mede berusten op de gemeenschappelijke wil van de samenlevende mensen. Deze wil zal de nakoming van het kontrakt, in noodgevallen ook met geweld kunnen afdwingen.+Proudhon wil de hele sociale ​structuur ​heringericht zien op grondslag van het wederkerig ​contract. De norm ‘contracten ​moeten worden nagekomen’ zal mede berusten op de gemeenschappelijke wil van de samenlevende mensen. Deze wil zal de nakoming van het contract, in noodgevallen ook met geweld kunnen afdwingen.
  
-Dit is te lezen in Proudhon'​s ​//Idée générale de la révolution au 19e siècle// (1851). Was Paschukanis hiervan op de hoogte? Ja, want ik citeer Proudhon bij Paschukanis (pag. 103; noot 8). Wat valt op? Proudhon spreekt niet over een geïsoleerd,​ egoïstisch wezen. Hij spreekt over sociale ​struktuur, wederkerig ​kontrakt, gemeenschappelijke wil van samenlevende mensen.+Dit is te lezen in Proudhons ​//Idée générale de la révolution au 19e siècle// (1851). Was Paschukanis hiervan op de hoogte? Ja, want ik citeer Proudhon bij Paschukanis (pag. 103; noot 8). Wat valt op? Proudhon spreekt niet over een geïsoleerd,​ egoïstisch wezen. Hij spreekt over sociale ​structuur, wederkerig ​contract, gemeenschappelijke wil van samenlevende mensen.
  
 Wanneer de anarcho-socialist Rocker laat zien dat anarchisten geen moeite hebben met organisatie,​ beroept hij zich uitdrukkelijk op Proudhon. Wat is hiervan te leren? Wanneer de anarcho-socialist Rocker laat zien dat anarchisten geen moeite hebben met organisatie,​ beroept hij zich uitdrukkelijk op Proudhon. Wat is hiervan te leren?
  
-Proudhon spreekt enerzijds zijn afschuw uit tegen wetten, of die nu van de meerderheid zijn of op eenstemmigheid berusten; anderzijds hecht hij zijn goedkeuring aan het sluiten van verdragen. Het onderscheid dat Proudhon aanlegt is dat wetten van bovenaf opgelegd, en dat verdragen van onderaf aangenomen en afgesloten worden. Zo huldigt Proudhon de opvatting dat iedere burger, iedere gemeente, iedere ​korporatie ​zijn eigen ‘wetten’ maakt. Een eksemplarisch ​voorbeeld van deze gang van zaken is in de Parijse ​Kommune ​aan te treffen. Dit eigen wetten maken kan niet los worden gezien van de begrippen sociale ​struktuur ​en gemeenschappelijke wil. Wat Proudhon dus afwijst zijn politieke machten, waarvoor hij in de plaats wil zien ekonomische ​krachten. In de plaats van de toenmalige klassen van burgers, wil Proudhon ​kategorieën, specialiteiten en funkties ​stellen. Dit vindt zijn konkrete ​uitwerking bijvoorbeeld in het ontmantelen van ‘publiek geweld’ (politie, leger) ten gunste van het ‘kollektieve ​geweld’ (soldatenraden). Het moet niet gaan om politieke centralisatie,​ maar om centralisatie van de ekonomie ​(Proudhon geciteerd bij Rocker).+Proudhon spreekt enerzijds zijn afschuw uit tegen wetten, of die nu van de meerderheid zijn of op eenstemmigheid berusten; anderzijds hecht hij zijn goedkeuring aan het sluiten van verdragen. Het onderscheid dat Proudhon aanlegt is dat wetten van bovenaf opgelegd, en dat verdragen van onderaf aangenomen en afgesloten worden. Zo huldigt Proudhon de opvatting dat iedere burger, iedere gemeente, iedere ​corporatie ​zijn eigen ‘wetten’ maakt. Een exemplarisch ​voorbeeld van deze gang van zaken is in de Parijse ​Commune ​aan te treffen. Dit eigen wetten maken kan niet los worden gezien van de begrippen sociale ​structuur ​en gemeenschappelijke wil. Wat Proudhon dus afwijst zijn politieke machten, waarvoor hij in de plaats wil zien economische ​krachten. In de plaats van de toenmalige klassen van burgers, wil Proudhon ​categorieën, specialiteiten en functies ​stellen. Dit vindt zijn concrete ​uitwerking bijvoorbeeld in het ontmantelen van ‘publiek geweld’ (politie, leger) ten gunste van het ‘collectieve ​geweld’ (soldatenraden). Het moet niet gaan om politieke centralisatie,​ maar om centralisatie van de economie ​(Proudhon geciteerd bij Rocker).
  
-Centralisatie van de ekonomie ​is de term waarin Proudhon zijn afwijzing van de ‘anarchische produktiewijze ​van het kapitalisme’ formuleert. Dit lijkt me een overeenkomst uitdrukken met het marxe marxisme. Deze formulering is in het door Paschukanis aangehaalde werk van Proudhon te lezen.+Centralisatie van de economie ​is de term waarin Proudhon zijn afwijzing van de ‘anarchistische productiewijze ​van het kapitalisme’ formuleert. Dit lijkt me een overeenkomst uitdrukken met het marxistische ​marxisme. Deze formulering is in het door Paschukanis aangehaalde werk van Proudhon te lezen.
  
-De overeenkomst met het marxe marxisme op dit punt is misschien niet helemaal toevallig. Reeds in 1840 ventileert Proudhon zijn gedachten over de eigendom.+De overeenkomst met het marxistische ​marxisme op dit punt is misschien niet helemaal toevallig. Reeds in 1840 ventileert Proudhon zijn gedachten over de eigendom.
  
-Proudhon wil aantonen dat degene die niets bezit, met de zelfde ​rechtsaanspraken eigenaar kan zijn als degene die wel bezit. In plaats van hieruit te konkluderen ​dat de eigendom dan maar onder iedereen moet worden verdeeld, verlangt hij dat de eigendom wordt afgeschaft. Iedere ​produktie ​geschiedt noodzakelijkerwijs gemeenschappelijk,​ waaruit de gemeenschappelijke eigendom wordt afgeleid. Al producerende zal uiteindelijk niemand nog over de private eigendom van de produktiemiddelen ​beschikken. De private eigendom betekent voor Proudhon de zelfmoord van de kapitalistische maatschappij. Alle menselijke arbeid leidt noodzakelijkerwijs tot een gemeenschappelijke macht, zodat gezegd kan worden dat de arbeid de eigendom vernietigt.+Proudhon wil aantonen dat degene die niets bezit, met dezelfde ​rechtsaanspraken eigenaar kan zijn als degene die wel bezit. In plaats van hieruit te concluderen ​dat de eigendom dan maar onder iedereen moet worden verdeeld, verlangt hij dat de eigendom wordt afgeschaft. Iedere ​productie ​geschiedt noodzakelijkerwijs gemeenschappelijk,​ waaruit de gemeenschappelijke eigendom wordt afgeleid. Al producerende zal uiteindelijk niemand nog over de private eigendom van de productiemiddelen ​beschikken. De private eigendom betekent voor Proudhon de zelfmoord van de kapitalistische maatschappij. Alle menselijke arbeid leidt noodzakelijkerwijs tot een gemeenschappelijke macht, zodat gezegd kan worden dat de arbeid de eigendom vernietigt.
  
-Als de eigendom is opgeheven, wat zal dan de vorm van de maatschappij zijn?, vraagt Proudhon zich af. Direkt ​valt op dat het begrip eigendom als een struktuur ​wordt gezien, waar hij in het verlengde van de eigendom de vraag naar de vorm van de maatschappij stelt. Zal dat de kommune ​zijn? De kommune ​ziet Proudhon als de eerste uitdrukking van gemeenschappelijkheid;​ deze term wijst op een sociale ontwikkeling. Van hieruit gaat Proudhon, naar mijn mening op onjuiste wijze, de hegeliaanse ​dialektiek ​toepassen. Maar zijn bedoeling is overduidelijk:​ door de kommune ​en de private eigendom in een bepaalde verhouding te plaatsen geraakt hij bij wat hij de menselijke associatie (de synthese) noemt.+Als de eigendom is opgeheven, wat zal dan de vorm van de maatschappij zijn?, vraagt Proudhon zich af. Direct ​valt op dat het begrip eigendom als een structuur ​wordt gezien, waar hij in het verlengde van de eigendom de vraag naar de vorm van de maatschappij stelt. Zal dat de commune ​zijn? De commune ​ziet Proudhon als de eerste uitdrukking van gemeenschappelijkheid;​ deze term wijst op een sociale ontwikkeling. Van hieruit gaat Proudhon, naar mijn mening op onjuiste wijze, de hegeliaanse ​dialectiek ​toepassen. Maar zijn bedoeling is overduidelijk:​ door de commune ​en de private eigendom in een bepaalde verhouding te plaatsen geraakt hij bij wat hij de menselijke associatie (de synthese) noemt.
  
-Marx heeft dit laatste in het Kommunistisch ​Manifest, acht jaar later, opnieuw geformuleerd. Het doel wordt identiek omschreven: de produktie ​zal in handen van de geassocieerde individuen ​gekoncentreerd ​zijn; er zal sprake zijn van een associatie, waarin de vrije ontwikkeling van een ieder de voorwaarde is voor de vrije ontwikkeling van allen. Marx noemt zich echter ​kommunist, waar Proudhon zich tot anarchist uitroept. Anarchie betekent bij Proudhon: afwezigheid van een heerser, van een soevereine macht buiten het volk. Dit uitgangspunt brengt Proudhon ertoe aan het volk, de menselijke associatie, de uitvoerende macht toe te wijzen: de scheiding wetgevende/​uitvoerende macht is opgeheven. De menselijke associatie noemt hij vrijheid, wat ook hier weer als een struktureel ​begrip wordt omschreven. Vrijheid is het evenwicht tussen recht en plicht, legt Proudhon nader uit. Laat een mens vrij betekent: geef hem de mogelijkheden als ieder ander, dat wil zeggen stel hem op het niveau van de ander. Het is niet ‘iedereen is koning,’ zegt Proudhon, maar ‘wij zijn kompagnons ​(associés).’+Marx heeft dit laatste in het Communistisch ​Manifest, acht jaar later, opnieuw geformuleerd. Het doel wordt identiek omschreven: de productie ​zal in handen van de geassocieerde individuen ​geconcentreerd ​zijn; er zal sprake zijn van een associatie, waarin de vrije ontwikkeling van eenieder ​de voorwaarde is voor de vrije ontwikkeling van allen. Marx noemt zich echter ​communist, waar Proudhon zich tot anarchist uitroept. Anarchie betekent bij Proudhon: afwezigheid van een heerser, van een soevereine macht buiten het volk. Dit uitgangspunt brengt Proudhon ertoe aan het volk, de menselijke associatie, de uitvoerende macht toe te wijzen: de scheiding wetgevende/​uitvoerende macht is opgeheven. De menselijke associatie noemt hij vrijheid, wat ook hier weer als een structureel ​begrip wordt omschreven. Vrijheid is het evenwicht tussen recht en plicht, legt Proudhon nader uit. Laat een mens vrij betekent: geef hem de mogelijkheden als ieder ander, dat wil zeggen stel hem op het niveau van de ander. Het is niet ‘iedereen is koning,’ zegt Proudhon, maar ‘wij zijn compagnons ​(associés).’
  
-Aan de Proudhonniaanse term ‘centralisatie van ekonomie’ kan vanuit dit standpunt eenduidigheid worden verleend. Dit is de reden waarom Proudhon in dit opzicht geen tegenstelling zag in federatie en centralisatie;​ net zo min als Marx en Engels dit zagen tussen zelfbestuur en centralisatie (Markovics). Centrale organen hoeven géén tegenstelling te zijn ten opzichte van organen van zelfbestuur. Eis is dat onder zelfbestuur verstaan wordt (en blijft!), dat de samenleving door haar zelf wordt bestuurd (en niet middels plaatsvervanging door de partij!).+Aan de Proudhonniaanse term ‘centralisatie van economie’ kan vanuit dit standpunt eenduidigheid worden verleend. Dit is de reden waarom Proudhon in dit opzicht geen tegenstelling zag in federatie en centralisatie;​ net zomin als Marx en Engels dit zagen tussen zelfbestuur en centralisatie (Markovics). Centrale organen hoeven géén tegenstelling te zijn ten opzichte van organen van zelfbestuur. Eis is dat onder zelfbestuur verstaan wordt (en blijft!), dat de samenleving door haar zelf wordt bestuurd (en niet middels plaatsvervanging door de partij!).
  
 ===== Legitimatie ===== ===== Legitimatie =====
  
-Naast centralisatie van de ekonomie ​wordt wel gesproken van politieke centralisatie. Op deze laatste term ga ik nu nader in. Dit kan namelijk licht werpen op bepaalde ontwikkelingen.+Naast centralisatie van de economie ​wordt wel gesproken van politieke centralisatie. Op deze laatste term ga ik nu nader in. Dit kan namelijk licht werpen op bepaalde ontwikkelingen.
  
-De politieke centralisatie gaat gepaard met wat bij Basso het proces van usurpatie heet. Hier bedoelt Basso mee dat dragers van de politieke macht zich uitgeven voor vertegenwoordigers van het algemeen belang.7Dit beroep moet funktioneren ​als legitimatie (aanvaardbaar maken) van hun macht. Het is handig als de legitimatie mede kan geschieden op basis van legaliteit (wettelijkheid),​ met andere woorden, dat de macht niet uitsluitend wordt aanvaard, maar dat aan die macht ook een wettelijke grondslag is gegeven.+De politieke centralisatie gaat gepaard met wat bij Basso het proces van usurpatie heet. Hier bedoelt Basso mee dat dragers van de politieke macht zich uitgeven voor vertegenwoordigers van het algemeen belang.[7Dit beroep moet functioneren ​als legitimatie (aanvaardbaar maken) van hun macht. Het is handig als de legitimatie mede kan geschieden op basis van legaliteit (wettelijkheid),​ met andere woorden, dat de macht niet uitsluitend wordt aanvaard, maar dat aan die macht ook een wettelijke grondslag is gegeven.
  
-In revolutionaire situaties zullen een of meerdere groepen om een grondwet (konstitutie) gaan roepen. Die grondwet zal gemaakt worden door de grondwetgevende vergadering (Constituante). Het zijn mede de bolsjewisten die tijdens de Russische Revolutie op het verkiezen van zo'n vergadering aandrongen. Het streven naar déze vorm van politieke centralisatie werd door de russische ​anarchisten afgewezen. Zij waarschuwden via hun officiële orgaan de Golos Truda tegen de gevaren van een dergelijke verkiezing. Het gevaar dat zij het meest duchtten, was dat de bolsjewisten een meerderheid zouden behalen bij de verkiezingen. Zo dit gebeurde voorspelde de Golos Truda, dan zouden de bolsjewisten zeker de grondwetgevende vergadering gebruiken om hun macht te legaliseren. Indien hun macht eenmaal door de legalisatie was gevestigd, zouden zij zeker het leven in het land gaan reorganiseren met behulp van diktatoriale ​methodes, geïnitieerd vanuit een centrum. Dit was (is) het gevaar dat anarchisten ducht(t)en, en waarvoor Golos Truda de arbeiders waarschuwde. ‘Jullie sovjets en jullie andere lokale organisaties zullen, stuk voor stuk, eenvoudige uitvoerende organen worden van de wil van de centrale regering.’ De Golos Truda wekte op tot het uitsluitend hebben van vertrouwen in ‘jezelf én je eigen revolutionaire organen: de lokale basis-organisaties,​ de organisaties van de arbeiders.’ Alleen zij, de arbeidende bevolking, kan de bouwer zijn van een nieuw leven, niet de grondwetgevende vergadering,​ niet de centrale regering, de partijen of de leiders. Het geluid van de anarchisten werd gesmoord, omdat de bolsjewisten,​ die als winnaars ​te voorschijn ​kwamen, de organisatie van de macht ter hand namen, waartegenover de anarchisten de organisatie van de revolutie ter hand wilden nemen. De revolutie, die de burgerlijke staat had vernietigd, werd gesmoord.+In revolutionaire situaties zullen een of meerdere groepen om een grondwet (constitutie) gaan roepen. Die grondwet zal gemaakt worden door de grondwetgevende vergadering (Constituante). Het zijn mede de bolsjewisten die tijdens de Russische Revolutie op het verkiezen van zo'n vergadering aandrongen. Het streven naar déze vorm van politieke centralisatie werd door de Russische ​anarchisten afgewezen. Zij waarschuwden via hun officiële orgaan de //[[Golos Truda]]// tegen de gevaren van een dergelijke verkiezing. Het gevaar dat zij het meest duchtten, was dat de bolsjewisten een meerderheid zouden behalen bij de verkiezingen. Zo dit gebeurde voorspelde de //Golos Truda//, dan zouden de bolsjewisten zeker de grondwetgevende vergadering gebruiken om hun macht te legaliseren. Indien hun macht eenmaal door de legalisatie was gevestigd, zouden zij zeker het leven in het land gaan reorganiseren met behulp van dictatoriale ​methodes, geïnitieerd vanuit een centrum. Dit was (is) het gevaar dat anarchisten ducht(t)en, en waarvoor ​//Golos Truda// de arbeiders waarschuwde. ‘Jullie sovjets en jullie andere lokale organisaties zullen, stuk voor stuk, eenvoudige uitvoerende organen worden van de wil van de centrale regering.’ De //Golos Truda// wekte op tot het uitsluitend hebben van vertrouwen in ‘jezelf én je eigen revolutionaire organen: de lokale basis-organisaties,​ de organisaties van de arbeiders.’ Alleen zij, de arbeidende bevolking, kan de bouwer zijn van een nieuw leven, niet de grondwetgevende vergadering,​ niet de centrale regering, de partijen of de leiders. Het geluid van de anarchisten werd gesmoord, omdat de bolsjewisten,​ die als winnaars ​tevoorschijn ​kwamen, de organisatie van de macht ter hand namen, waartegenover de anarchisten de organisatie van de revolutie ter hand wilden nemen. De revolutie, die de burgerlijke staat had vernietigd, werd gesmoord.
  
 ===== Staat ===== ===== Staat =====
Regel 69: Regel 69:
 Het burgerdom heeft eens in een revolutionair proces de standen in zijn geheel vernietigd. Zij heeft daarmee een positieve revolutionaire daad verricht. Het burgerdom heeft eens in een revolutionair proces de standen in zijn geheel vernietigd. Zij heeft daarmee een positieve revolutionaire daad verricht.
  
-Hiermee ging gepaard een vrijkomen van de eigendom. Dit leverde een klassedeling ​op, die maakte dat het burgerdom een (bezitters-) klasse werd. Dit bracht haar er toe zich niet meer lokaal maar nationaal te organiseren. Tevens trachtte zij haar eigen belang de vorm van een algemeen belang te geven. Door de bevrijding van de private eigendom van de gemeenschap geraakte de Staat tot een bestaan naast en buiten de burgerlijke maatschappij (Marx).+Hiermee ging gepaard een vrijkomen van de eigendom. Dit leverde een klassendeling ​op, die maakte dat het burgerdom een (bezitters-) klasse werd. Dit bracht haar ertoe zich niet meer lokaal maar nationaal te organiseren. Tevens trachtte zij haar eigen belang de vorm van een algemeen belang te geven. Door de bevrijding van de private eigendom van de gemeenschap geraakte de Staat tot een bestaan naast en buiten de burgerlijke maatschappij (Marx). 
 Deze staat is niets anders dan de vorm van de organisatie,​ welke de bourgeoisie zich zowel naar binnen als naar buiten toe, ter bescherming van haar eigendom en haar belangen noodzakelijk moest scheppen. De staat is de vorm, waarin de individuen van een heersende klasse hun gemeenschappelijke belangen geldend maken. De staat treedt op als bemiddelaar zodat alle gemeenschappelijke instituties een politieke vorm krijgen. Deze staat is niets anders dan de vorm van de organisatie,​ welke de bourgeoisie zich zowel naar binnen als naar buiten toe, ter bescherming van haar eigendom en haar belangen noodzakelijk moest scheppen. De staat is de vorm, waarin de individuen van een heersende klasse hun gemeenschappelijke belangen geldend maken. De staat treedt op als bemiddelaar zodat alle gemeenschappelijke instituties een politieke vorm krijgen.
  
-Het is op basis van deze marxe inzichten dat Basso het proces van usurpatie beschrijft, en waarmee ik een begin had gemaakt om dit te verklaren om er het verloop van een proces mee te beschrijven. Ik was zo ver gekomen dat de bolsjewisten zich van de politieke macht meester hadden gemaakt, en een legalisatie van die macht hadden verkregen via de Constituante. Het probleem is nu naast de legaliteit ook nog een legitimiteit te ontwikkelen. De uitkomsten van de analyse die Marx maakt van het proces van verzelfstandiging van belangen (van de bourgeoisie) zijn toe te passen in een analyse van het proces, waarin de bolsjewistische partij tot beheersing van de maatschappelijke situatie kwam. Dit doe ik in de woorden van Basso, die beweert dat wanneer de dragers van de politieke macht eenmaal in bezit zijn van de funktie ​van het algemeen belang (Constituante,​ Legislatieve),​ zij hún belangen tot algemene belangen verheffen. Deze zullen zij vast leggen in materiële en politieke ​machtstrukturen, dat wil zeggen: zij konstitueren ​zich als heersende klasse. De kristallisatie van de bijzondere klassebelangen wordt vereeuwigd in de institutie staat. Het zijn de vroege marxistische sovjetjuristen,​ die theorieën ontwikkelden om die ver-eeuwiging ​tegen te gaan. Zij hielden zich zodoende bezig met de verdere ontwikkeling van theorieën over het afsterven van de staat, zoals die in aanzetten bij Marx en Engels te vinden zijn. Nu reeds kan worden voorspeld dat de eminente sovjetjuristen Stucka (postuum) en de reeds genoemde Paschukanis tijdens stalinistische zuiveringen zullen ‘vallen’.+Het is op basis van deze marxistische ​inzichten dat Basso het proces van usurpatie beschrijft, en waarmee ik een begin had gemaakt om dit te verklaren om er het verloop van een proces mee te beschrijven. Ik was zo ver gekomen dat de bolsjewisten zich van de politieke macht meester hadden gemaakt, en een legalisatie van die macht hadden verkregen via de Constituante. Het probleem is nu naast de legaliteit ook nog een legitimiteit te ontwikkelen. De uitkomsten van de analyse die Marx maakt van het proces van verzelfstandiging van belangen (van de bourgeoisie) zijn toe te passen in een analyse van het proces, waarin de bolsjewistische partij tot beheersing van de maatschappelijke situatie kwam. Dit doe ik in de woorden van Basso, die beweert dat wanneer de dragers van de politieke macht eenmaal in bezit zijn van de functie ​van het algemeen belang (Constituante,​ Legislatieve),​ zij hún belangen tot algemene belangen verheffen. Deze zullen zij vast leggen in materiële en politieke ​machtsstructuren, dat wil zeggen: zij constitueren ​zich als heersende klasse. De kristallisatie van de bijzondere klassebelangen wordt vereeuwigd in de institutie staat. Het zijn de vroege marxistische sovjetjuristen,​ die theorieën ontwikkelden om die vereeuwiging ​tegen te gaan. Zij hielden zich zodoende bezig met de verdere ontwikkeling van theorieën over het afsterven van de staat, zoals die in aanzetten bij Marx en Engels te vinden zijn. Nu reeds kan worden voorspeld dat de eminente sovjetjuristen Stucka (postuum) en de reeds genoemde Paschukanis tijdens stalinistische zuiveringen zullen ‘vallen’.
  
 ===== Recht ===== ===== Recht =====
  
-Stucka, Paschukanis - maar ook Proudhon, Bakoenin, Kropotkin en vele anderen - zagen in de staat een politieke- of wel klassestaat,​ die in de vermomming van rechtsstaat,​ door toekenning van het algemeen kiesrecht, de illusie wekt dat een ieder participeert aan de macht. De socialistische revolutie zou in eerste instantie af moeten rekenen met de private eigendom van de produktiemiddelen, om van een afsterven van de staat (en in konsekwentie ​ook van het recht) te kunnen spreken. Deze afrekening leidt een proces in van toeëigening ​van de macht door de maatschappij,​ die claimt zélf zorg te kunnen dragen voor de zaken van algemeen belang. De rechtsopvatting die in dit perspektief ​gehanteerd wordt, gaat uit van proletarisch of socialistisch recht. Het gaat hier om wat bij Rappoport een zichzelf ondergravend recht heet, en wat ik funktioneel ​recht noem. De term funktioneel ​verwijst naar het ondergravende element bij Rappoport. Onder funktioneel ​versta ik: naar zijn eigen overbodigheid streven - het heeft dus niets te maken met systeembevestiging,​ maar alles met veranderingsoriëntatie. Het recht wordt in deze opvatting niet meer begrepen als ‘eeuwig recht’, maar als doelmatige regels (regels voor het bereiken van een bepaald doel). Het rechtsbegrip heeft hiermee iedere idealistische verhulling, ieder absolutistisch karakter, het karakter van het onveranderlijk-eeuwige,​ verloren (Gojchbarg).+Stucka, Paschukanis - maar ook Proudhon, Bakoenin, Kropotkin en vele anderen - zagen in de staat een politieke- of wel klassestaat,​ die in de vermomming van rechtsstaat,​ door toekenning van het algemeen kiesrecht, de illusie wekt dat eenieder ​participeert aan de macht. De socialistische revolutie zou in eerste instantie af moeten rekenen met de private eigendom van de productiemiddelen, om van een afsterven van de staat (en in consequentie ​ook van het recht) te kunnen spreken. Deze afrekening leidt een proces in van toe-eigening ​van de macht door de maatschappij,​ die claimt zélf zorg te kunnen dragen voor de zaken van algemeen belang. De rechtsopvatting die in dit perspectief ​gehanteerd wordt, gaat uit van proletarisch of socialistisch recht. Het gaat hier om wat bij Rappoport een zichzelf ondergravend recht heet, en wat ik functioneel ​recht noem. De term functioneel ​verwijst naar het ondergravende element bij Rappoport. Onder functioneel ​versta ik: naar zijn eigen overbodigheid streven - het heeft dus niets te maken met systeembevestiging,​ maar alles met veranderingsoriëntatie. Het recht wordt in deze opvatting niet meer begrepen als ‘eeuwig recht’, maar als doelmatige regels (regels voor het bereiken van een bepaald doel). Het rechtsbegrip heeft hiermee iedere idealistische verhulling, ieder absolutistisch karakter, het karakter van het onveranderlijk-eeuwige,​ verloren (Gojchbarg).
  
-De anti-juridische propaganda door sommige vroege marxistische sovjetjuristen vindt vanuit deze achtergrond plaats. Het gaat niet om te propageren dat regels niet in acht genomen hoeven te worden, - zulks is ook nooit in die zin door anarchisten beweerd -, maar het gaat om het elimineren van de idealistische verhullingen. Dat daarvoor tegen bepaalde regels kon worden gezondigd - voor het maken van een revolutie; het afrekenen met de standen; etc. -, kan als situationeel noodzakelijk worden geschetst. Dit is niet als een verwijt naar anarchisten toe te konstrueren, ténzij marxisten zichzelf willen beschuldigen van het feit dat zij eens revolutionairen waren.+De anti-juridische propaganda door sommige vroege marxistische sovjetjuristen vindt vanuit deze achtergrond plaats. Het gaat niet om te propageren dat regels niet in acht genomen hoeven te worden, - zulks is ook nooit in die zin door anarchisten beweerd -, maar het gaat om het elimineren van de idealistische verhullingen. Dat daarvoor tegen bepaalde regels kon worden gezondigd - voor het maken van een revolutie; het afrekenen met de standen; etc. -, kan als situationeel noodzakelijk worden geschetst. Dit is niet als een verwijt naar anarchisten toe te construeren, ténzij marxisten zichzelf willen beschuldigen van het feit dat zij eens revolutionairen waren.
  
-Stucka stelt dat het doel van de socialistische revolutie als zodanig bestaat in de vernietiging van het recht, en in zijn vervanging door de nieuwe socialistische orde. Voor de burgerlijke juristen is het woord ‘recht’ onverbrekelijk verbonden met het begrip staat als orgaan van bescherming en als dwangapparaat in handen van de heersende klasse. Met het afsterven van de staat, sterft natuurlijk ook het recht in burgerlijke zin af. Spreekt Stucka over proletarisch recht, dan doet hij dit in termen van ‘recht van de overgangstijd’. De afschaffing van de staat als orgaan van onderdrukking van klassen brengt mee, dat de betrekkingen van mensen onder elkaar zowel als de sociale en maatschappelijke orde niet meer door dwang worden geregeld, maar door de bewuste vrije wil van de werkende mensen. Wat Stucka hier zegt zou door Proudhon of Bakoenin gezegd kunnen zijn.8Des te merkwaardiger is het dat toch een anarchisme-verwijt de kop op steekt. ‘Wij zijn geen anarchisten,​ integendeel,​ wij schenken veel, soms zelfs overdreven veel aandacht aan wetten, maar slechts aan de wetten van het nieuwe systeem (mijn curs.; th. h.)’ (Stucka). Het is mogelijk dat Stucka van zijn eigen rechtsopvatting vond dat die wel wat ‘anarchistisch’ was, en dat hij zich meteen tegen een te verwachten verwijt indekte. Maar van tweeën één, óf je staat achter je opvattingen en dan zal je op de koop toe moeten nemen dat anarchisten het niet met je oneens zijn, óf je opvattingen hebben een verhullend karakter zodat het dubbel zaak is het gezegde ‘let niet op hun woorden maar op hun daden’ toe te passen. Dat laatste was overigens het advies van de Golos Truda-redaktie ​aan de lezers in de richting van Lenin, toen deze ‘alle macht aan de raden’ predikte. Eén ding is zeker: de Oktoberrevolutie heeft met haar derde dekreet ​de grondeigendom afgeschaft verklaard; ​dekreet ​31 heeft de standen en burgerlijke rangen vernietigd. Tevens werd het erfrecht afgeschaft.[9] ​+Stucka stelt dat het doel van de socialistische revolutie als zodanig bestaat in de vernietiging van het recht, en in zijn vervanging door de nieuwe socialistische orde. Voor de burgerlijke juristen is het woord ‘recht’ onverbrekelijk verbonden met het begrip staat als orgaan van bescherming en als dwangapparaat in handen van de heersende klasse. Met het afsterven van de staat, sterft natuurlijk ook het recht in burgerlijke zin af. Spreekt Stucka over proletarisch recht, dan doet hij dit in termen van ‘recht van de overgangstijd’. De afschaffing van de staat als orgaan van onderdrukking van klassen brengt mee, dat de betrekkingen van mensen onder elkaar zowel als de sociale en maatschappelijke orde niet meer door dwang worden geregeld, maar door de bewuste vrije wil van de werkende mensen. Wat Stucka hier zegt zou door Proudhon of Bakoenin gezegd kunnen zijn.[8Des te merkwaardiger is het dat toch een anarchisme-verwijt de kop op steekt. ‘Wij zijn geen anarchisten,​ integendeel,​ wij schenken veel, soms zelfs overdreven veel aandacht aan wetten, maar slechts aan de wetten van het nieuwe systeem (mijn curs.; th. h.)’ (Stucka). Het is mogelijk dat Stucka van zijn eigen rechtsopvatting vond dat die wel wat ‘anarchistisch’ was, en dat hij zich meteen tegen een te verwachten verwijt indekte. Maar van tweeën één, óf je staat achter je opvattingen en dan zal je op de koop toe moeten nemen dat anarchisten het niet met je oneens zijn, óf je opvattingen hebben een verhullend karakter zodat het dubbel zaak is het gezegde ‘let niet op hun woorden maar op hun daden’ toe te passen. Dat laatste was overigens het advies van de //Golos Truda//-redactie ​aan de lezers in de richting van Lenin, toen deze ‘alle macht aan de raden’ predikte. Eén ding is zeker: de Oktoberrevolutie heeft met haar derde decreet ​de grondeigendom afgeschaft verklaard; ​decreet ​31 heeft de standen en burgerlijke rangen vernietigd. Tevens werd het erfrecht afgeschaft.[9] ​
  
-Om de kern van de verwerping van het burgerlijke recht te begrijpen is het wellicht goed de opvatting in herinnering te brengen, die stelt dat de materiële verhoudingen in het recht worden ​gereflekteerd. De materiële verhoudingen in de burgerlijke maatschappij doen zich in de bestaande ruilverhoudingen voor. Dé ruilverhouding is die waar ‘arbeidskracht’ wordt geruild voor ‘loon’. Dit is wat Basso de matrix van de uitbuiting noemt. Deze ruilverhouding wordt voorgesteld als een ruil van ekwivalenten,​ van gelijke zaken (de zaken zijn arbeidskracht/​loon). De gelijkheid die in de ruil wordt gesuggereerd,​ weerspiegelt zich in het recht. Dit is in de volgende regel vastgelegd: de wet is voor ieder gelijk (het ‘gelijke recht’). Maar het ongerijmde doet zich voor, dat niet ieder ekonomisch ​gelijk is. Het gelijke recht maakt dus ongelijke grootheden gelijk. Deze innerlijke tegenspraak laat zich op grote schaal maatschappelijk herkennen. De rechtsnorm stelt vrijheid en gelijkheid, maar de klassenmaatschappij berust op privileges. ​+Om de kern van de verwerping van het burgerlijke recht te begrijpen is het wellicht goed de opvatting in herinnering te brengen, die stelt dat de materiële verhoudingen in het recht worden ​gereflecteerd. De materiële verhoudingen in de burgerlijke maatschappij doen zich in de bestaande ruilverhoudingen voor. Dé ruilverhouding is die waar ‘arbeidskracht’ wordt geruild voor ‘loon’. Dit is wat Basso de matrix van de uitbuiting noemt. Deze ruilverhouding wordt voorgesteld als een ruil van ekwivalenten,​ van gelijke zaken (de zaken zijn arbeidskracht/​loon). De gelijkheid die in de ruil wordt gesuggereerd,​ weerspiegelt zich in het recht. Dit is in de volgende regel vastgelegd: de wet is voor ieder gelijk (het ‘gelijke recht’). Maar het ongerijmde doet zich voor, dat niet ieder economisch ​gelijk is. Het gelijke recht maakt dus ongelijke grootheden gelijk. Deze innerlijke tegenspraak laat zich op grote schaal maatschappelijk herkennen. De rechtsnorm stelt vrijheid en gelijkheid, maar de klassenmaatschappij berust op privileges. ​
  
-De rechtsnorm manifesteert zich als de ontkenning van het bestaan van die privileges. De funktie ​van die rechtsnorm is het bestaan van deze ongelijkheid te mystificeren. Het burgerlijke recht wekt op tot geloof in gelijkheid, waardoor de ongelijkheid kan voortduren. Wanneer anarchisten en marxisten spreken over de vernietiging van het recht, spreken zij over de vernietiging van deze mystifikatiefunktie ​van het recht. Noodzakelijkerwijs moeten zij daarom strijden voor een wijziging in de ruilfunkties ​in de maatschappij. De ruilfunkties ​zitten ​struktureel ​vast aan eigendomsverhoudingen. Het willen vernietigen van het burgerlijke recht komt dus neer op de vernietiging van tenminste de private eigendom van de produktiemiddelen. Ik zeg hier tenminste, omdat de afschaffing van private eigendom van de produktiemiddelen ​slechts de afschaffing betekent van één mogelijke, specifieke vorm van overheersing van dode arbeid (kapitaal) over levende arbeid (de direkte ​producenten). De algemene ​struktuur ​blijft, aldus Markovics, bestaan indien er ook maar één andere sociale groep is, zoals bijvoorbeeld de burokratie, die het monopolie behoudt over de beslissingen met betrekking tot de beschikking over de produktiemiddelen. Doen zich in dit laatste géén fundamentele wijzigingen voor dan blijft de Staat een ‘vorm van vervreemde politieke macht’ (Markovics). Zolang er nog van vervreemde politieke macht sprake is, meen ik, heeft het recht mede een ideologische ​funktie. Zijn alle mystifikaties ​opgeruimd, dan blijft voor het recht nog de funktie ​over van regulator bij de verdeling van de produkten ​uit arbeid. Het recht gaat een ekonomische funktie ​verzorgen. Die ekonomische funktie ​verliest het uiteindelijk als de verdeling geschiedt volgens de regel: ieder naar zijn vermogen, ieder naar zijn behoefte.+De rechtsnorm manifesteert zich als de ontkenning van het bestaan van die privileges. De functie ​van die rechtsnorm is het bestaan van deze ongelijkheid te mystificeren. Het burgerlijke recht wekt op tot geloof in gelijkheid, waardoor de ongelijkheid kan voortduren. Wanneer anarchisten en marxisten spreken over de vernietiging van het recht, spreken zij over de vernietiging van deze mystificatiefunctie ​van het recht. Noodzakelijkerwijs moeten zij daarom strijden voor een wijziging in de ruilfuncties ​in de maatschappij. De ruilfuncties ​zitten ​structureel ​vast aan eigendomsverhoudingen. Het willen vernietigen van het burgerlijke recht komt dus neer op de vernietiging van tenminste de private eigendom van de productiemiddelen. Ik zeg hier tenminste, omdat de afschaffing van private eigendom van de productiemiddelen ​slechts de afschaffing betekent van één mogelijke, specifieke vorm van overheersing van dode arbeid (kapitaal) over levende arbeid (de directe ​producenten). De algemene ​structuur ​blijft, aldus Markovics, bestaan indien er ook maar één andere sociale groep is, zoals bijvoorbeeld de bureaucratie, die het monopolie behoudt over de beslissingen met betrekking tot de beschikking over de productiemiddelen. Doen zich in dit laatste géén fundamentele wijzigingen voor dan blijft de Staat een ‘vorm van vervreemde politieke macht’ (Markovics). Zolang er nog van vervreemde politieke macht sprake is, meen ik, heeft het recht mede een ideologische ​functie. Zijn alle mystificaties ​opgeruimd, dan blijft voor het recht nog de functie ​over van regulator bij de verdeling van de producten ​uit arbeid. Het recht gaat een economische functie ​verzorgen. Die economische functie ​verliest het uiteindelijk als de verdeling geschiedt volgens de regel: ieder naar zijn vermogen, ieder naar zijn behoefte.
  
-Deze regel is de grondslag van het ware kommunisme ​waarin, zoals Reich het uitdrukt, de rechtssociologische en rechtskritische opvattingen van de vroege marxistische sovjetjuristen zich als een cirkel sluiten. De afstervingstheorie verschijnt op deze wijze als een positieve omkering van de rechtskritiek. Het gaat daarbij om het klassiek-juridische gedachtengoed te verbinden met het denken van Marx en Engels én de ervaringen van de Russische Revolutie, om te streven naar het bewerkstelligen van wat als de grondslag van het ware kommunisme ​wordt aangehangen.+Deze regel is de grondslag van het ware communisme ​waarin, zoals Reich het uitdrukt, de rechtssociologische en rechtskritische opvattingen van de vroege marxistische sovjetjuristen zich als een cirkel sluiten. De afstervingstheorie verschijnt op deze wijze als een positieve omkering van de rechtskritiek. Het gaat daarbij om het klassiek-juridische gedachtengoed te verbinden met het denken van Marx en Engels én de ervaringen van de Russische Revolutie, om te streven naar het bewerkstelligen van wat als de grondslag van het ware communisme ​wordt aangehangen.
  
-Dit moest in een theorie, de afstervingstheorie,​ worden vastgelegd. Stucka kreeg van het Centrale ​Komitee ​van de Russische ​Kommunistische ​Partij de opdracht deze theorie te ontwikkelen. In 1921 voltooide hij zijn taak met het te boekstellen van deze theorie in De revolutionaire rol van recht en staat. ​+Dit moest in een theorie, de afstervingstheorie,​ worden vastgelegd. Stucka kreeg van het Centrale ​Comité ​van de Russische ​Communistische ​Partij de opdracht deze theorie te ontwikkelen. In 1921 voltooide hij zijn taak met het te boekstellen van deze theorie in De revolutionaire rol van recht en staat. ​
  
-De rechtskritiek waarover ik sprak is vooral een privaatrechtskritiek,​ die gebaseerd is op het feit, dat het in de burgerlijke maatschappij wettelijk is toegestaan uit te buiten. Het burgerlijk wetboek maakt in principe geen onderscheid tussen de kontrakterende ​kapitalist (werkgever) en de kontrakterende ​arbeider (werknemer). Integendeel,​ in het arbeidskontrakt ​verschijnen werknemer en werkgever als elkaars juridisch gelijken (kontraktanten). De effektuering ​van de op het privaatrecht betrokken kritiek heeft geleid tot het wegvallen van hele stukken ‘burgerlijk’ privaatrecht. Het is ondermeer ​Paschukanis geweest die zich ermee heeft belast dit te doordenken. Het is dan ook geen wonder bij hem het recht te zien verschijnen als een ekonomisch ​bestuursrecht. Zijn opvatting is radikaler ​dan die van Stucka, in de zin dat de konsekwenties ​uit de afstervingstheorie scherper worden getrokken. Zo kan Paschukanis het niet tot de verzelfstandiging van het sovjetrecht laten aankomen, zoals dit bij Stucka wel het geval is. Reich signaleert in dit verband dat Stucka de theoretikus, en Paschukanis de kritikus ​van het marxistische sovjetrecht is. Onder de sovjetjuristen kondigt zich bij Stucka de burokratisering ​van de sovjetstaat ​aan, terwijl Paschukanis uit is op een ‘permanente revolutie’. Dat Paschukanis tijdens de eerste stalinistische zuiveringen aan zelfkritiek doet, waarna hij een diametraal standpunt gaat innemen, laat ik hier onbesproken. +De rechtskritiek waarover ik sprak is vooral een privaatrechtskritiek,​ die gebaseerd is op het feit, dat het in de burgerlijke maatschappij wettelijk is toegestaan uit te buiten. Het burgerlijk wetboek maakt in principe geen onderscheid tussen de contracterende ​kapitalist (werkgever) en de contracterende ​arbeider (werknemer). Integendeel,​ in het arbeidscontract ​verschijnen werknemer en werkgever als elkaars juridisch gelijken (contractanten). De effectuering ​van de op het privaatrecht betrokken kritiek heeft geleid tot het wegvallen van hele stukken ‘burgerlijk’ privaatrecht. Het is onder meer Paschukanis geweest die zich ermee heeft belast dit te doordenken. Het is dan ook geen wonder bij hem het recht te zien verschijnen als een economisch ​bestuursrecht. Zijn opvatting is radicaler ​dan die van Stucka, in de zin dat de consequenties ​uit de afstervingstheorie scherper worden getrokken. Zo kan Paschukanis het niet tot de verzelfstandiging van het sovjetrecht laten aankomen, zoals dit bij Stucka wel het geval is. Reich signaleert in dit verband dat Stucka de theoreticus, en Paschukanis de criticus ​van het marxistische sovjetrecht is. Onder de sovjetjuristen kondigt zich bij Stucka de bureaucratisering ​van de Sovjetstaat ​aan, terwijl Paschukanis uit is op een ‘permanente revolutie’. Dat Paschukanis tijdens de eerste stalinistische zuiveringen aan zelfkritiek doet, waarna hij een diametraal standpunt gaat innemen, laat ik hier onbesproken. 
-e) Paschukanis stelt dat het afsterven van bepaalde ​kategorieën ​van het burgerlijke recht in het geheel niet inhoudt, dat het door nieuwe ​kategorieën ​van proletarisch recht moet worden vervangen. Wij gaan toch ook niet, nadat wij kapitalistische ​kategorieën ​als waarde, kapitaal, winst hebben laten afsterven, deze vervangen door proletarische ​kategorieën ​van waarde, kapitaal, winst etc.? Dat bij de invoering van de nieuwe ​ekonomische ​politiek (nep, 1921) dit wél gebeurt, is sovjetjuristen niet ontgaan; reden waarom van een ‘terugtrekkende beweging’ wordt gesproken. Daar wil ik verder geen aandacht aan besteden, omdat het mij op dit moment te doen is om te memoreren wat tijdens de periode van de Russische Revolutie in háár ​konsekwentie ​over recht is gedacht.+ 
 +e) Paschukanis stelt dat het afsterven van bepaalde ​categorieën ​van het burgerlijke recht in het geheel niet inhoudt, dat het door nieuwe ​categorieën ​van proletarisch recht moet worden vervangen. Wij gaan toch ook niet, nadat wij kapitalistische ​categorieën ​als waarde, kapitaal, winst hebben laten afsterven, deze vervangen door proletarische ​categorieën ​van waarde, kapitaal, winst etc.? Dat bij de invoering van de nieuwe ​economische ​politiek (nep, 1921) dit wél gebeurt, is sovjetjuristen niet ontgaan; reden waarom van een ‘terugtrekkende beweging’ wordt gesproken. Daar wil ik verder geen aandacht aan besteden, omdat het mij op dit moment te doen is om te memoreren wat tijdens de periode van de Russische Revolutie in háár ​consequentie ​over recht is gedacht.
  
 ===== Dwang ===== ===== Dwang =====
  
-Paschukanis helpt ons er aan herinneren dat Marx het afgestorven zijn van de staat en het recht in verband brengt met het feit, dat arbeid niet meer een middel tot leven is, maar zelf de eerste levensbehoefte is geworden. De overgang naar deze ver ontwikkelde vorm van kommunisme, wordt niet voorgesteld als een overgang naar nieuwe rechtsvormen,​ maar als een afsterven van de juridische vorm als zodanig.+Paschukanis helpt ons eraan herinneren dat Marx het afgestorven zijn van de staat en het recht in verband brengt met het feit, dat arbeid niet meer een middel tot leven is, maar zelf de eerste levensbehoefte is geworden. De overgang naar deze ver ontwikkelde vorm van communisme, wordt niet voorgesteld als een overgang naar nieuwe rechtsvormen,​ maar als een afsterven van de juridische vorm als zodanig.
  
-Paschukanis werkt om die reden met het onderscheid tussen technische en juridische normen. Het bestaan van technische normen veronderstelt de aanwezigheid van een zelfde, uniform doel. Het bestaan van juridische normen veronderstelt de aanwezigheid van private, gefragmentariseerde belangen. Het vrachtverkeer per trein volgens een zeker rijschema afhandelen, geschiedt aan de hand van technische normen. De betrekkingen tussen de afzender van een goed en de vervoerder geschiedt op basis van juridische normen. Dit zijn de voorbeelden die Paschukanis gebruikt om zijn standpunt te verduidelijken. Wat hij wil uitdrukken is het volgende.+Paschukanis werkt om die reden met het onderscheid tussen technische en juridische normen. Het bestaan van technische normen veronderstelt de aanwezigheid van eenzelfde, uniform doel. Het bestaan van juridische normen veronderstelt de aanwezigheid van private, gefragmentariseerde belangen. Het vrachtverkeer per trein volgens een zeker rijschema afhandelen, geschiedt aan de hand van technische normen. De betrekkingen tussen de afzender van een goed en de vervoerder geschiedt op basis van juridische normen. Dit zijn de voorbeelden die Paschukanis gebruikt om zijn standpunt te verduidelijken. Wat hij wil uitdrukken is het volgende.
  
-De rol van de jurist begint daar, waar hij gedwongen is de grondslag van het uniforme doel te verlaten, op het moment dat het doel in gefragmentariseerde vorm meerduidig kan zijn, brengt dit tegenover elkaar staande ​subjekten ​in stelling, waarin ieder subjekt ​de drager van zijn eigen privé belangen ​is. Deze situatie doet zich principieel voor in een kapitalistische (‘burgerlijke’) maatschappij. De arts en de zieke bijvoorbeeld veranderen hier in dragers van rechten en plichten; de regels die hen binden zijn juridische normen. Mét dat dit zich zo als beginsel voordoet, zal dwang niet meer uitsluitend vanuit het standpunt van de doelmatigheid worden bezien. Mede zal worden gekeken vanuit een formeel standpunt, dat wil zeggen vanuit de juridische geoorloofdheid.+De rol van de jurist begint daar, waar hij gedwongen is de grondslag van het uniforme doel te verlaten, op het moment dat het doel in gefragmentariseerde vorm meerduidig kan zijn, brengt dit tegenover elkaar staande ​subjecten ​in stelling, waarin ieder subject ​de drager van zijn eigen privébelangen ​is. Deze situatie doet zich principieel voor in een kapitalistische (‘burgerlijke’) maatschappij. De arts en de zieke bijvoorbeeld veranderen hier in dragers van rechten en plichten; de regels die hen binden zijn juridische normen. Mét dat dit zich zoals beginsel voordoet, zal dwang niet meer uitsluitend vanuit het standpunt van de doelmatigheid worden bezien. Mede zal worden gekeken vanuit een formeel standpunt, dat wil zeggen vanuit de juridische geoorloofdheid.
  
-Bij de behandeling van het probleem van de dwang zoals dat door anarchisten is behandeld, valt de konklusie ​van Adler op: er is eigenlijk geen enkele erkende anarchistische ​theoretikus ​die dwang in de maatschappij - die hij voorstaat - ontkent. De door Adler bedoelde niet-ontkenning geef ik de betekenis van: voor de ordening van een leefgemeenschap is dwang en drang niet essentieel. Dit is nu precies wat heden ten dage de Nederlandsche ​rechtstheoretikus ​Ter Heide als uitgangspunt neemt voor het betoog in zijn preadvies Dwang en drang in de mediese ​behandeling (1975). Kennelijk acht ook hij het nodig in herinnering te roepen dat dwang niet aan orde immanent is, wat als een anarchistisch standpunt mag gelden (waarmee ik niet wil beweren dat Ter Heide een anarchist is).+Bij de behandeling van het probleem van de dwang zoals dat door anarchisten is behandeld, valt de conclusie ​van Adler op: er is eigenlijk geen enkele erkende anarchistische ​theoreticus ​die dwang in de maatschappij - die hij voorstaat - ontkent. De door Adler bedoelde niet-ontkenning geef ik de betekenis van: voor de ordening van een leefgemeenschap is dwang en drang niet essentieel. Dit is nu precies wat heden ten dage de Nederlandsche ​rechtstheoretisch ​Ter Heide als uitgangspunt neemt voor het betoog in zijn preadvies Dwang en drang in de medische ​behandeling (1975). Kennelijk acht ook hij het nodig in herinnering te roepen dat dwang niet aan orde immanent is, wat als een anarchistisch standpunt mag gelden (waarmee ik niet wil beweren dat Ter Heide een anarchist is).
  
 Waar anarchisten ‘wetteloosheid’ (wat kwaadwillige niet-verstaanders vaak vertalen met ‘ordeloosheid’) prediken, gaat het om de ontkenning van de wet als machtswil van de kapitalistenklasse tegen de arbeidersklasse. De anarchistische orde, die in een solidaristische belangen- en arbeidsgemeenschap tot uitdrukking komt, kent niet meer juridische-,​ maar sociaal-technische normen. Waar anarchisten ‘wetteloosheid’ (wat kwaadwillige niet-verstaanders vaak vertalen met ‘ordeloosheid’) prediken, gaat het om de ontkenning van de wet als machtswil van de kapitalistenklasse tegen de arbeidersklasse. De anarchistische orde, die in een solidaristische belangen- en arbeidsgemeenschap tot uitdrukking komt, kent niet meer juridische-,​ maar sociaal-technische normen.
  
-Deze lijn van denken komt volledig met de opvatting van Bakoenin overeen. Als anarchist zegt hij alle gepriviligeerde ​wetgeving - dit is de juridische ​normenstruktuur ​van de kapitalistische maatschappij,​ waartegen Paschukanis zich richt - te willen vernietigen. Daarnaast is het noodzakelijk een orde in het leven te roepen - deze ontwikkelt zich procesmatig - waar verenigde individuen vrijwillig zich aan gemeenschappelijke arbeid of aktie begeven. De ‘discipline’ die daarin heerst, is niets anders dan de vrijwillige en doordachte overeenstemming van alle individuele strevingen om een gezamenlijk doel te bereiken. De wetten die daar gelden zijn niet autoritair opgelegd of afgedwongen,​ maar wetten die in de betrekkingen,​ de situaties, de dingen zelf liggen, met andere woorden de sociaal-technische normen voor zover we over de (socialistische) maatschappij spreken.+Deze lijn van denken komt volledig met de opvatting van Bakoenin overeen. Als anarchist zegt hij alle geprivilegieerde ​wetgeving - dit is de juridische ​normenstructuur ​van de kapitalistische maatschappij,​ waartegen Paschukanis zich richt - te willen vernietigen. Daarnaast is het noodzakelijk een orde in het leven te roepen - deze ontwikkelt zich procesmatig - waar verenigde individuen vrijwillig zich aan gemeenschappelijke arbeid of actie begeven. De ‘discipline’ die daarin heerst, is niets anders dan de vrijwillige en doordachte overeenstemming van alle individuele strevingen om een gezamenlijk doel te bereiken. De wetten die daar gelden zijn niet autoritair opgelegd of afgedwongen,​ maar wetten die in de betrekkingen,​ de situaties, de dingen zelf liggen, met andere woorden de sociaal-technische normen voor zover we over de (socialistische) maatschappij spreken
 + 
 +Niemand, ook anarchisten niet, zal beweren dat van vandaag op morgen het maatschappelijk systeem zich uitsluitend op basis van sociaal-technische normen zal bewegen. De ruil op de markt zal geleidelijk aan ingewisseld worden door sociaal-technische coördinatie op basis van ‘plannen’ en economische calculatie. Het strijdpunt tussen anarchisten en marxisten zal niet over déze zaken gaan, en dus kunnen daar nauwelijks de tegenstellingen liggen, maar over de vraag of het ‘plan’ van onderaf opgebouwd, of van bovenaf opgelegd zal worden. Niet de snelheid van de verandering is twistpunt, maar de wijze van orde-gerichtheid.
  
-Niemand, ook anarchisten niet, zal beweren dat van vandaag op morgen het maatschappelijk systeem zich uitsluitend op basis van sociaal-technische normen zal bewegen. De ruil op de markt zal geleidelijk aan ingewisseld worden door sociaal-technische koördinatie op basis van ‘plannen’ en ekonomische kalkulatie. Het strijdpunt tussen anarchisten en marxisten zal niet over déze zaken gaan, en dus kunnen daar nauwelijks de tegenstellingen liggen, maar over de vraag of het ‘plan’ van onderaf opgebouwd, of van bovenaf opgelegd zal worden. Niet de snelheid van de verandering is twistpunt, maar de wijze van orde-gerichtheid.+===== Dictatuur =====
  
-===== Diktatuur =====+Het is bepaald geen onthulling dat in de USSR de partij tot de hoogste vorm van klasseorganisatie van de arbeidersklasse is uitgeroepen,​ zonder welke er geen dictatuur van de werkende klasse kan bestaan.
  
-Het is bepaald geen onthulling dat in de ussr de partij tot de hoogste vorm van klasseorganisatie van de arbeidersklasse is uitgeroepen,​ zonder welke er geen diktatuur van de werkende klasse kan bestaan. +Dit is de opvatting van een vooraanstaand hedendaagse marxistische Russische staatsrechtsgeleerde,​ Chkikvadze. De partij voorziet de loop van de historische ontwikkeling,​ omdat de partij zich baseert op de marxistisch-leninistische ​wetenschap, die de ontwikkeling van de natuur en maatschappij beheerst. Zulk een opvatting, die aanstuurt op de onfeilbaarheidsverklaring van de Partij, is volstrekt onaanvaardbaar voor anarchisten,​ omdat het de socialistische revolutie op wel haast mechanische wijze kristalliseert in de partij. Deze kristallisatie is gedacht vanuit een transformatie van het proletariaat in de leidende klasse, die haar dictatuur ​vestigt. Weliswaar wordt betoogd dat de term ‘dictatuur’ een wetenschappelijk begrip is. Maar het is de vraag of deze ‘wetenschap’ halt houdt bij de feitelijkheid. De dictatuur ​in marxistische zin is de aanduiding voor het feit, dat er een dictatuur ​bestaat van een economisch ​overheersende klasse. Het heeft niets te maken, zo wordt verzekerd door Chkikvadze e.a., met het conventionele ​begrip ​dictatuur ​als ‘onbeperkte macht door een dictator ​of een groep mensen met behulp van gewelddadige methodes uitgeoefend’. Hoe dit in elkaar zit, zal uit andere bijdragen in deze bundel kunnen blijken.
-Dit is de opvatting van een vooraanstaand hedendaagse marxistische Russische staatsrechtsgeleerde,​ Chkikvadze. De partij voorziet de loop van de historische ontwikkeling,​ omdat de partij zich baseert op de marxistischleninistische ​wetenschap, die de ontwikkeling van de natuur en maatschappij beheerst. Zulk een opvatting, die aanstuurt op de onfeilbaarheidsverklaring van de Partij, is volstrekt onaanvaardbaar voor anarchisten,​ omdat het de socialistische revolutie op wel haast mechanische wijze kristalliseert in de partij. Deze kristallisatie is gedacht vanuit een transformatie van het proletariaat in de leidende klasse, die haar diktatuur ​vestigt. Weliswaar wordt betoogd dat de term ‘diktatuur’ een wetenschappelijk begrip is. Maar het is de vraag of deze ‘wetenschap’ halt houdt bij de feitelijkheid. De diktatuur ​in marxistische zin is de aanduiding voor het feit, dat er een diktatuur ​bestaat van een ekonomisch ​overheersende klasse. Het heeft niets te maken, zo wordt verzekerd door Chkikvadze e.a., met het konventionele ​begrip ​diktatuur ​als ‘onbeperkte macht door een diktator ​of een groep mensen met behulp van gewelddadige methodes uitgeoefend’. Hoe dit in elkaar zit, zal uit andere bijdragen in deze bundel kunnen blijken.+
  
 ===== Voetnoten ===== ===== Voetnoten =====
-  *  
   * [1] De in de tekst vermelde namen verwijzen naar de hierachter alfabetisch opgenomen literatuurverwijzing;​ de cijfers verwijzen naar noten.   * [1] De in de tekst vermelde namen verwijzen naar de hierachter alfabetisch opgenomen literatuurverwijzing;​ de cijfers verwijzen naar noten.
-  * [2] Op valt dat, wanneer Marx bijvoorbeeld over de Parijse ​Kommune ​schrijft, hij dit doet in termen van Bakoenin. Zo heet het, dat deze nieuwe ​Kommune ​de moderne staatsmacht breekt. Even daarvoor betoogt Marx dat de eenheid van Kommunes ​werkelijkheid zal worden door de vernietiging van de staatsmacht. In de zelfde termen ook Lenin (Staat en Revolutie; 1917). Door middel van deze verwijzing wil ik niet beweren dat Marx en Lenin anarchisten waren (hoewel Lenin zich uit eigen kring het verwijt heeft moeten laten welgevallen een bakoenist te zijn). Het enige wat ik wil vragen is, om niet zódanig blind te varen op bepaalde termen, dat het zicht om tot beter begrip te komen ontnomen wordt. +  * [2] Op valt dat, wanneer Marx bijvoorbeeld over de Parijse ​Commune ​schrijft, hij dit doet in termen van Bakoenin. Zo heet het, dat deze nieuwe ​Commune ​de moderne staatsmacht breekt. Even daarvoor betoogt Marx dat de eenheid van Communes ​werkelijkheid zal worden door de vernietiging van de staatsmacht. In de zelfde termen ook Lenin (Staat en Revolutie; 1917). Door middel van deze verwijzing wil ik niet beweren dat Marx en Lenin anarchisten waren (hoewel Lenin zich uit eigen kring het verwijt heeft moeten laten welgevallen een bakoenist te zijn). Het enige wat ik wil vragen is, om niet zódanig blind te varen op bepaalde termen, dat het zicht om tot beter begrip te komen ontnomen wordt. 
-  * [3] Bakoenin stelt het volgende als doel: de overwinning van de revolutie, dat wil zeggen de radikale ​opheffing van alle bestaande religieuze, politieke, ​ekonomische ​en sociale organisaties:​ ‘Ein solches Werk kann nicht von kurzer Dauer sein’; zo ook Proudhon die aanneemt dat de oude generatie eerst uitgestorven zal moeten zijn.+  * [3] Bakoenin stelt het volgende als doel: de overwinning van de revolutie, dat wil zeggen de radicale ​opheffing van alle bestaande religieuze, politieke, ​economische ​en sociale organisaties:​ ‘Ein solches Werk kann nicht von kurzer Dauer sein’; zo ook Proudhon die aanneemt dat de oude generatie eerst uitgestorven zal moeten zijn.
   * [4] Holterman Th., Andere staatsopvatting,​ een anarchisties syndroom; Kluwer, Deventer, 1975.   * [4] Holterman Th., Andere staatsopvatting,​ een anarchisties syndroom; Kluwer, Deventer, 1975.
-  * [5] Uit Marx' Thesen over Feuerbach is op te maken, dat hij de werkelijkheid ziet als een zinnelijke, menselijke ​aktiviteit, als praxis, of zelfverandering. Het standpunt van Marx' materialisme is de menselijke maatschappij,​ is een maatschappij waarin de betrekkingen tussen mensen zelf weer hersteld zijn. Deze maatschappij bestaat alleen daar waar de geassocieerde producenten zelf kunnen beschikken over de produkten ​van hun werk.  +  * [5] Uit Marx' Thesen over Feuerbach is op te maken, dat hij de werkelijkheid ziet als een zinnelijke, menselijke ​activiteit, als praxis, of zelfverandering. Het standpunt van Marx' materialisme is de menselijke maatschappij,​ is een maatschappij waarin de betrekkingen tussen mensen zelf weer hersteld zijn. Deze maatschappij bestaat alleen daar waar de geassocieerde producenten zelf kunnen beschikken over de producten ​van hun werk.  
-  * De huidige maatschappij moet niet alleen ​geinterpreteerd, hij moet veranderd worden. Dit wordt door Marx als een opdracht geformuleerd. Hieruit is af te leiden dat Marx de mens niet alleen ziet als produkt ​van sociale omstandigheden,​ maar tevens als het wezen dat deze omstandigheden kán veranderen. ‘Zodra dus de arbeiders begrijpen (...)’ (Het Kapitaal; deel 1, hfd. 23, par. 4)... kennelijk heeft Marx ingeschat dat arbeiders iets zullen kunnen begrijpen. Hier gaan zich onderscheiden voordoen tussen marxisten onderling. Stalinistisch ​geöriënteerde ​marxisten zullen bijvoorbeeld weinig of niets met de eigen organisatie(s) van de arbeiders: de vakbeweging,​ maar alles met de Partij, te maken willen hebben. ‘Zij (de Partij; th. h.) is door geen andere organisatie van de arbeidersklasse - zoals bijvoorbeeld de verbeweging - te vervangen’ (pag. 497; Redlow G., e.a., Einführung in den dialektischen und historischen Materialismus;​ Dietz, Berlin, ddr, 1972). De mechanischdeterministische ​opvatting heeft dit type marxisten zo aangegrepen,​ dat zij Marx alleen nog kennen ​voorzover ​hij over natuurwetten spreekt in termen als ‘... met de onvermijdelijkheid van een natuurwet schept de kapitalistische ​produktie ​haar eigen ontkenning’ (Het Kapitaal; deel 1, hfd. 24, par. 7). Deze natuurwetten zijn echter niet op straffe van denaturering van andere opvattingen van Marx tot eksklusiviteitsrechten ​te verheffen. Zelfs waar Engels spreekt in termen van gelijkstelling tussen wetten van de natuur en de wetten van de geschiedenis van de maatschappij,​ signaleert hij tevens een fundamenteel verschil tussen beide. Dit verschil ligt in het feit, zegt hij, dat in de natuur niet en in de maatschappij wél optreden ‘met bewustzijn toegeruste (...), op bepaalde doelen afstevenende mensen’. ‘De mensen maken de geschiedenis (...). Dit is afhankelijk van wat vele enkelingen willen’ (Engels, Ludwig Feuerbach und den Ausgang der klassischen deutschen Philosophie;​ par. 4). Mechanisch-deterministische,​ stalinistische marxisten zullen dit menselijk element weg redeneren. Zo kunnen zij al hun aandacht vestigen op de problematiek van de leidende ​funktie, die de Partij moet vervullen in het volvoeren van de historische taak van het proletariaat. De partij treedt in de plaats van, vervangt het proletariaat. Dat ik mij hiermee zou moeten begeven in de (terechte) kritiek van Trotzki ​op de substitutionalistische theorie (substitutie = vervanging) die de stalinistische partij huldigt, lijkt onvermijdelijk. Ik zal dat hier nalaten. +  * De huidige maatschappij moet niet alleen ​geïnterpreteerd, hij moet veranderd worden. Dit wordt door Marx als een opdracht geformuleerd. Hieruit is af te leiden dat Marx de mens niet alleen ziet als product ​van sociale omstandigheden,​ maar tevens als het wezen dat deze omstandigheden kán veranderen. ‘Zodra dus de arbeiders begrijpen (...)’ (Het Kapitaal; deel 1, hfd. 23, par. 4)... kennelijk heeft Marx ingeschat dat arbeiders iets zullen kunnen begrijpen. Hier gaan zich onderscheiden voordoen tussen marxisten onderling. Stalinistisch ​georiënteerde ​marxisten zullen bijvoorbeeld weinig of niets met de eigen organisatie(s) van de arbeiders: de vakbeweging,​ maar alles met de Partij, te maken willen hebben. ‘Zij (de Partij; th. h.) is door geen andere organisatie van de arbeidersklasse - zoals bijvoorbeeld de verbeweging - te vervangen’ (pag. 497; Redlow G., e.a., Einführung in den dialektischen und historischen Materialismus;​ Dietz, Berlin, ddr, 1972). De mechanisch-deterministische ​opvatting heeft dit type marxisten zo aangegrepen,​ dat zij Marx alleen nog kennen ​voor zover hij over natuurwetten spreekt in termen als ‘... met de onvermijdelijkheid van een natuurwet schept de kapitalistische ​productie ​haar eigen ontkenning’ (Het Kapitaal; deel 1, hfd. 24, par. 7). Deze natuurwetten zijn echter niet op straffe van denaturering van andere opvattingen van Marx tot exclusiviteitsrechten ​te verheffen. Zelfs waar Engels spreekt in termen van gelijkstelling tussen wetten van de natuur en de wetten van de geschiedenis van de maatschappij,​ signaleert hij tevens een fundamenteel verschil tussen beide. Dit verschil ligt in het feit, zegt hij, dat in de natuur niet en in de maatschappij wél optreden ‘met bewustzijn toegeruste (...), op bepaalde doelen afstevenende mensen’. ‘De mensen maken de geschiedenis (...). Dit is afhankelijk van wat vele enkelingen willen’ (Engels, Ludwig Feuerbach und den Ausgang der klassischen deutschen Philosophie;​ par. 4). Mechanisch-deterministische,​ stalinistische marxisten zullen dit menselijk element weg redeneren. Zo kunnen zij al hun aandacht vestigen op de problematiek van de leidende ​functie, die de Partij moet vervullen in het volvoeren van de historische taak van het proletariaat. De partij treedt in de plaats van, vervangt het proletariaat. Dat ik mij hiermee zou moeten begeven in de (terechte) kritiek van Trotski ​op de substitutionalistische theorie (substitutie = vervanging) die de stalinistische partij huldigt, lijkt onvermijdelijk. Ik zal dat hier nalaten. 
-  * [6] Vergelijk op dit punt de interpretatie van G. van Maanen in het kwartaalschrift Recht en Kritiek (no. 1, 1976; pag. 98), die het niet met mijn interpretatie eens is. Zijn kritiek op mijn spellingswijze van de naam Pasukanis is terecht; maar als de duitse ​tekst van het boek van Pasukanis wordt besteld, zal zijn naam als volgt geschreven moeten worden: Paschukanis. +  * [6] Vergelijk op dit punt de interpretatie van G. van Maanen in het kwartaalschrift Recht en Kritiek (no. 1, 1976; pag. 98), die het niet met mijn interpretatie eens is. Zijn kritiek op mijn spellingswijze van de naam Pasukanis is terecht; maar als de Duitse ​tekst van het boek van Pasukanis wordt besteld, zal zijn naam als volgt geschreven moeten worden: Paschukanis. 
-  * [7] Trotzki ​heeft reeds in 1903 erop gewezen dat wanneer het proletariaat door de Partij wordt vervangen, men het gevaar loopt dat de Partij weer door het Centrale ​Komitee, het Centrale ​Komitee ​door het sekretariaat, het sekretariaat ​door de Sekretaris-Generaal wordt vervangen (aangehaald bij Mandel E., Die Burokratie; isp-Verlag, Frankfurt a/M, 1976).+  * [7] Trotski ​heeft reeds in 1903 erop gewezen dat wanneer het proletariaat door de Partij wordt vervangen, men het gevaar loopt dat de Partij weer door het Centrale ​Comité, het Centrale ​Comité ​door het secretariaat, het secretariaat ​door de Secretaris-Generaal wordt vervangen (aangehaald bij Mandel E., Die Burokratie; isp-Verlag, Frankfurt a/M, 1976).
   * [8] Victor Serge over Bakoenin: ‘Anti-autoritaire,​ il a la passion de l'​organisation’ (pag. 8; in een speciale uitgave over anarchisme in het maandblad Crapouillot;​ jan. 1938); en Proudhon; ‘(...) quoique très ami de l'​ordre,​ je suis (...) anarchiste’ (pag. 296); Qu'​est-ce que la propriété?​) ​   * [8] Victor Serge over Bakoenin: ‘Anti-autoritaire,​ il a la passion de l'​organisation’ (pag. 8; in een speciale uitgave over anarchisme in het maandblad Crapouillot;​ jan. 1938); en Proudhon; ‘(...) quoique très ami de l'​ordre,​ je suis (...) anarchiste’ (pag. 296); Qu'​est-ce que la propriété?​) ​
-  * [9] Eens is Bakoenin - onder meer door Marx en Engels - belachelijk gemaakt omdat hij voorstelde tot de afschaffing van het erfrecht over te gaan. In de voorstelling van Bakoenin is het zo, dat ongelijkheid onvrijheid in stand houdt; de feitelijke ongelijkheid is met behulp van het erfrecht overdraagbaar;​ wil je van de ongelijkheid af, dan volgt daaruit dat je ondermeer ​het erfrecht moet afschaffen (verg. Bakoenin'​s Prinzipien und Organisation einer internationalen revolutionär-sozialistischen Geheimgesellschaft,​ punt 10 sub d (1866); punt 10 behelst het onderwerp ‘sociale organisatie’). Het is dus niet zo dat Bakoenin uitsluitend beweerd heeft: schaf het erfrecht af en alles is voor elkaar. Veel marxisten volgen echter kritiekloos de opmerkingen,​ die hierover door Marx en Engels zijn gemaakt, en denken dan dat Bakoenin niets anders heeft gedaan. Maar Engels aan Cafiero (1871): ‘Marx en ik zijn bijna even oude en goede atheïsten en materialisten als Bakoenin; dat het erfrecht een onzinnig iets is weten we net zo goed als hij’ (pag. 31; Over het anarchisme: Pegasus, Amsterdam, 1975).+  * [9] Eens is Bakoenin - onder meer door Marx en Engels - belachelijk gemaakt omdat hij voorstelde tot de afschaffing van het erfrecht over te gaan. In de voorstelling van Bakoenin is het zo, dat ongelijkheid onvrijheid in stand houdt; de feitelijke ongelijkheid is met behulp van het erfrecht overdraagbaar;​ wil je van de ongelijkheid af, dan volgt daaruit dat je onder meer het erfrecht moet afschaffen (verg. Bakoenin'​s Prinzipien und Organisation einer internationalen revolutionär-sozialistischen Geheimgesellschaft,​ punt 10 sub d (1866); punt 10 behelst het onderwerp ‘sociale organisatie’). Het is dus niet zo dat Bakoenin uitsluitend beweerd heeft: schaf het erfrecht af en alles is voor elkaar. Veel marxisten volgen echter kritiekloos de opmerkingen,​ die hierover door Marx en Engels zijn gemaakt, en denken dan dat Bakoenin niets anders heeft gedaan. Maar Engels aan Carlo Cafiero (1871): ‘Marx en ik zijn bijna even oude en goede atheïsten en materialisten als Bakoenin; dat het erfrecht een onzinnig iets is weten we net zo goed als hij’ (pag. 31; Over het anarchisme: Pegasus, Amsterdam, 1975).
  
 ===== Literatuurverwijzing ===== ===== Literatuurverwijzing =====
namespace/over_het_afsterven_van_staat_en_recht.txt · Laatst gewijzigd: 15/01/20 09:46 door defiance