Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


namespace:de_anarchist_en_het_huwelijk

Verschillen

Dit geeft de verschillen weer tussen de geselecteerde revisie en de huidige revisie van de pagina.

Link naar deze vergelijking

Beide kanten vorige revisie Vorige revisie
namespace:de_anarchist_en_het_huwelijk [16/12/19 12:57]
defiance
namespace:de_anarchist_en_het_huwelijk [16/12/19 13:04] (huidige)
defiance
Regel 24: Regel 24:
 Zeker, zij beweren bij hoog en bij laag, dat zij per slot van rekening grote maling hebben aan al dat gedoe, maar ondertussen doen zij toch maar mee aan dat sleurwerk en men zal mij wellicht toegeven, dat er niet veel onderscheid is tussen een anarchist, die zijn huwelijk in wettelijke banen laat leiden en de anarchist, die, eveneens gedwongen door allerlei omstandigheden,​ soldaat wordt, al zegt hij de hele militaire geschiedenis een „rotzooi” te vinden. Men hoede zich door deze inleiding voor de verkeerde mening, als zouden wij het vrije huwelijk als een ideale verbintenis willen voorstellen. Verre van dat, zoals in de loop van mijn betoog moge blijken, —maar wij stellen hier om de urgentie van ’t bespreken van ons onderwerp te doen blijken, reeds dadelijk twee thans reeds bekende levenshoudingen tegenover elkaar. Zeker, zij beweren bij hoog en bij laag, dat zij per slot van rekening grote maling hebben aan al dat gedoe, maar ondertussen doen zij toch maar mee aan dat sleurwerk en men zal mij wellicht toegeven, dat er niet veel onderscheid is tussen een anarchist, die zijn huwelijk in wettelijke banen laat leiden en de anarchist, die, eveneens gedwongen door allerlei omstandigheden,​ soldaat wordt, al zegt hij de hele militaire geschiedenis een „rotzooi” te vinden. Men hoede zich door deze inleiding voor de verkeerde mening, als zouden wij het vrije huwelijk als een ideale verbintenis willen voorstellen. Verre van dat, zoals in de loop van mijn betoog moge blijken, —maar wij stellen hier om de urgentie van ’t bespreken van ons onderwerp te doen blijken, reeds dadelijk twee thans reeds bekende levenshoudingen tegenover elkaar.
  
-Wanneer ons gevraagd zou worden, wat wij wel onder huwelijk verstaan, dan zouden wij daarop willen antwoorden: een huwelijk in de ideële zin des woords is de continuatie ​van de liefde, ofschoon wij er gaarne direct achter zouden zeggen: praktisch is het huwelijk echter in verreweg de meeste gevallen, (verhoudingen,​ die zich fris en jeugdig houden, uitgezonderd),​ de doodkist van de liefde, hetgeen wij straks nader hopen aan te tonen. En wanneer wij die omschrijving geven, dan doet zich al dadelijk de behoefte aan weer eert andere omschrijving gevoelen: wij moeten eerst duidelijk zeggen, wat liefde is. En moeten wij een definitie van het begrip liefde, zoals wij dat begrijpen in de onderlinge verhouding van de geslachten, geven, dan zouden wij zeggen: liefde is de opperste uiting van het individu, waar dit individu zich uitstrekt, om door middel van een ander individu zijn levensmogelijkheid te bouwen, boven zichzelf uit, boven het stoffelijke en eindelijke uit. Wij menen, dat van de antieke Goethe het juist ze, toen hij beweerde, dat er slechts twee driften in de mens leven, in duizenderlei schakering: de honger en de liefde. De honger, die het individu drijft, zichzelf te voeden tot instandhouding van zich als individu — de liefde, die het individu drijft, zich voort te planten tot instandhouding van zijn soort. Voor het eerste is hij zichzelf als eenling voldoende (hoewel wij in de natuur- en cultuurhistorie zien, dat ook hierbij het eigenbelang de individuen tot een zekere sociabiliteit dringt). Voor het tweede heeft elk individu nodig een ander van de tegenovergestelde sekse. Wij menen, dat de liefdesdrang,​ die in elk normaal individu leeft, die drang dus tot instandhouding zijner soort, een soort drang naar opperste zelfhandhaving is, en dat wij hier de grond moeten zoeken van de onsterfelijkheidsgedachte,​ die wij alle geloven en godsdiensten door, tot in de kerk van ’t spiritisme toe, kunnen vinden.+Wanneer ons gevraagd zou worden, wat wij wel onder huwelijk verstaan, dan zouden wij daarop willen antwoorden: een huwelijk in de ideële zin des woords is de //​voortzetting// ​van de liefde, ofschoon wij er gaarne direct achter zouden zeggen: ​//praktisch// is het huwelijk echter in verreweg de meeste gevallen, (verhoudingen,​ die zich fris en jeugdig houden, uitgezonderd),​ de //doodkist// van de liefde, hetgeen wij straks nader hopen aan te tonen. En wanneer wij die omschrijving geven, dan doet zich al dadelijk de behoefte aan weer eert andere omschrijving gevoelen: wij moeten eerst duidelijk zeggen, wat //liefde// is. En moeten wij een definitie van het begrip liefde, zoals wij dat begrijpen in de onderlinge verhouding van de geslachten, geven, dan zouden wij zeggen: liefde is de opperste uiting van het individu, waar dit individu zich uitstrekt, om door middel van een ander individu zijn levensmogelijkheid te bouwen, boven zichzelf uit, boven het stoffelijke en eindelijke uit. Wij menen, dat van de antieke Goethe het juist ze, toen hij beweerde, dat er slechts twee driften in de mens leven, in duizenderlei schakering: de honger en de liefde. De honger, die het individu drijft, zichzelf te voeden tot instandhouding van zich als individu — de liefde, die het individu drijft, zich voort te planten tot instandhouding van zijn soort. Voor het eerste is hij zichzelf als eenling voldoende (hoewel wij in de natuur- en cultuurhistorie zien, dat ook hierbij het eigenbelang de individuen tot een zekere sociabiliteit dringt). Voor het tweede heeft elk individu nodig een ander van de tegenovergestelde sekse. Wij menen, dat de liefdesdrang,​ die in elk normaal individu leeft, die drang dus tot instandhouding zijner soort, een soort drang naar opperste ​//zelfhandhaving// is, en dat wij hier de grond moeten zoeken van de onsterfelijkheidsgedachte,​ die wij alle geloven en godsdiensten door, tot in de kerk van ’t spiritisme toe, kunnen vinden.
  
-Nemen wij dé' ​definitie van liefde, ais zo-even gegeven, n.l. een drang naar voortleven óver en dóór de dood heen, ais juist aan, dan zou hier dus tevens uit volgen, dat de twee grote levensdriften,​ de honger en de liefde, in wezen uitingsvormen van één en dezelfde oerdrift zijn, vormen n.l. van de drang naar zelfhandhaving. Uit deze definitie kan ook onmiddellijk verklaard worden de liefde tot de kinderen die ongetwijfeld bij normale ouders bestaat. In wezen blijkt die dan niets anders te zijn dan eigen-liefde,​ zelf-liefde;​ de mens heeft n.l. in zijn kinderen lief de ik-heid die hijzelf schiep en die voortleven zal. Hij heeft in zijn kind lief het voortbestaan van zijn ik, van zijn soort — de onsterfelijkheid. Doch zoals elke daad hoofdzakelijk leeft in de gedachte, zoals ook elk kunstwerk in conceptie mooier is, dan enige kunstuiting benaderen kan — zo ook is het met de daad van de voortplanting. De natuur doet ons bij eerlijke beschouwing zien, dat bij de paringsdaad van plant, dier of mens, niet bewust leeft de wil tot scheppen van een nieuw leven bloeiend uit de scheppende, doch dat die daad gedaan wordt blind, onberedeneerd,​ niet denkend op dat moment zelf aan de gevolgen. Hoe een zekere categorie mensen dus ook leraren wil, dat geslachtsgemeenschap alleen geoorloofd is, wanneer de wil tot verwekken van een kind de drijfveer is, wij menen, dat eenvoudige beschouwing van de natuur anders teert. Genoemde leerstelling lijkt ons een dogma, dat jezuïtische intellectuelen rond het bruisende bloeiende leven willen smeden.+Nemen wij de definitie van //liefde//, ais zo-even gegeven, n.l. een drang naar voortleven óver en dóór de dood heen, ais juist aan, dan zou hier dus tevens uit volgen, dat de twee grote levensdriften,​ de //honger// en de //liefde//, in wezen uitingsvormen van één en dezelfde oerdrift zijn, vormen n.l. van de drang naar //zelfhandhaving//. Uit deze definitie kan ook onmiddellijk verklaard worden de liefde tot de kinderen die ongetwijfeld bij normale ouders bestaat. In wezen blijkt die dan niets anders te zijn dan eigen-liefde,​ zelf-liefde;​ de mens heeft n.l. in zijn kinderen lief de ik-heid die hijzelf schiep en die voortleven zal. Hij heeft in zijn kind lief het voortbestaan van zijn ik, van zijn soort — de onsterfelijkheid. Doch zoals elke daad hoofdzakelijk leeft in de gedachte, zoals ook elk kunstwerk in conceptie mooier is, dan enige kunstuiting benaderen kan — zo ook is het met de daad van de voortplanting. De natuur doet ons bij eerlijke beschouwing zien, dat bij de paringsdaad van plant, dier of mens, niet //bewust// leeft de wil tot scheppen van een nieuw leven bloeiend uit de scheppende, doch dat die daad gedaan wordt blind, onberedeneerd,​ niet denkend op dat moment zelf aan de gevolgen. Hoe een zekere categorie mensen dus ook leraren wil, dat geslachtsgemeenschap alleen geoorloofd is, wanneer de wil tot verwekken van een kind de drijfveer is, wij menen, dat eenvoudige beschouwing van de natuur anders teert. Genoemde leerstelling lijkt ons een dogma, dat jezuïtische intellectuelen rond het bruisende bloeiende leven willen smeden.
  
-Gij voelt wellicht wat ik meen. De Rein-Leven- beweging die teert, dat geslachtsgemeenschap alleen geoorloofd is, wanneer de bewuste wil tot het verwekken van een kind voorzit, grijpt onzes inziens naast het natuurlijke leven zoals dat in de gezonde praktijk geleefd kan worden. En ik zeg hier maar niet een onaangenaamheid van de R.L.B. doch in het boekje „Wanneer is geslachtsgemeenschap geoorloofd?​” van L. van Mierop kunt ge op pag. 31 vetgedrukt lezen: “dat vrouwen, die nauwgezette moeders willen zijn en gezond willen blijven, de bijslaap alleen moeten toelaten met het doel om voort te brengen en geenszins op „tijden, wanneer dit doel niet bereikt kan worden.” Wat dus in de praktijk erop neerkomt, dat gezonde echtgenoten hoogstens éénmaal in de twee jaar samenkomen mogen. Houden wij vast aan onze omschrijving van liefde, en tevens aan het constateren,​ dat deze drang blind, onberedeneerd in elk onzer leeft, dan volgt daaruit dat de paringsdaad is de meest vitale daad, de opperste uiting, waartoe het individu in z’n eeuwig scheppingsverlangen komt Als opwaartse lijnen zien wij alle doen en drijven van de mensen per slot van rekening uitlopen op dit voor elk individu in bepaalde tijden van het leven het hoogste. Zeggen wij niet, dat liefde voor de gemeenschap of socialistisch gevoel groter en meer omvattend is want dat is leerstelligheid,​ die wij in de praktijk van het leven door onze daden logenstraffen. De historie van de mensheid vindt a.h.w. steeds weer haar uitgangs- en middelpunt in de liefde van de geslachten, 't Is niet toevallig dat in de oude Genesis-mythe,​ die de wording en de ellende van de mensheid poogt te synthetiseren,​ de appelhistorie van Adam en Eva de aanleiding tot alle verder gebeuren is en Eva en haar appel zijn de eeuwige symbolen gebleven van de vrouw en de liefde. De beroemde mensen, het zijn zij, die groot in de liefde waren: Antonius en Cleopatra, Jezus en Magdalena, Dante en Beatrice, Tristan en Isolde, Francesca en Paolo, Goethe en Charlotte von Stein. Troje voerde tien jaren oorlog om... een vrouw. — Is niet alle kunst gesublimeerde geslachtsdrift?​ Wat leren ons schouwburgen en bioscopen? Draait, niet het leven van elk maatschappij- mens er om hoe hij ’t spoedigst genoeg verdient om een familie te kunnen vormen? Erkennen wij ronduit, dat elk individu dan het sterkst en het meest intens leeft, wanneer zijn leven dat van een ander op de banen van de liefde kruist, en wij geven meteen de verklaring aan, hoe het komt, dat die stoutste en sterkste en echtste drang in de mens in duizenderlei vormen zo verworden en verknoeid is, als wij dat dagelijks om ons heen kunnen waarnemen! Want dat dit zo is, moeten wij erkennen. In de maatschappelijke verhoudingen,​ waarin wij leven, is niets en ook letterlijk niets goeds. Wij behoeden dat hier niet in details te verklaren. Miljoenen van de sterkste jonge kerels worden tegen elkaar opgehitst om elkaar te vermoorden. De fysiek minderwaardigen,​ de afgekeurden,​ mogen blijven leven om het geslacht voort te planten. Werkloosheid,​ de ondergang van duizenden families, wordt geprovoceerd om de lonen maar te drukke, om maar winst te kunnen zuigen. Tienduizenden van de meestal levensechte,​ eerlijkste vrouwen worden in de poel van de prostitutie getrapt en daar door de geldnood tot een soort roofdieren. zo ook op het gebied van de seksuele moraal. Nergens misschien meer dan daar heerst zulk een schromelijk farizeïsme. Wij weten dat, behoeven dat niet in details uit te werken. Spreken over de dingen als wij hier doen is voor de massa reeds een wandaad. De waarheid omtrent het seksuele leven en de wording van de mens aan de kinderen zeggen - men durft het niet aan, men liegt liever wat over kool of ooievaar. Seksuele omgang tussen niet-gehuwden wordt onzedelijk geheten, terwijl zo wat alles geoorloofd is, wanneer het gedekt is door een z.g. fatsoenlijk huwelijk. We zwijgen nu nog maar over de dubbele moraal; die van de man alles vergoelijkt,​ doch die de vrouw, welke het honderdste deel daarvan begaat, tot in de diepste diepte verguist. ​+Gij voelt wellicht wat ik meen. De //Rein-Leven-beweging// die teert, dat geslachtsgemeenschap alleen geoorloofd is, wanneer de bewuste wil tot het verwekken van een kind voorzit, grijpt onzes inziens naast het natuurlijke leven zoals dat in de gezonde praktijk geleefd kan worden. En ik zeg hier maar niet een onaangenaamheid van de R.L.B. doch in het boekje „Wanneer is geslachtsgemeenschap geoorloofd?​” van L. van Mierop kunt ge op pag. 31 vetgedrukt lezen: “dat vrouwen, die nauwgezette moeders willen zijn en gezond willen blijven, de bijslaap alleen moeten toelaten met het doel om voort te brengen en geenszins op „tijden, wanneer dit doel niet bereikt kan worden.” Wat dus in de praktijk erop neerkomt, dat gezonde echtgenoten hoogstens éénmaal in de twee jaar samenkomen mogen. Houden wij vast aan onze omschrijving van liefde, en tevens aan het constateren,​ dat deze drang blind, onberedeneerd in elk onzer leeft, dan volgt daaruit dat de paringsdaad is de meest vitale daad, de opperste uiting, waartoe het individu in z’n eeuwig scheppingsverlangen komt Als opwaartse lijnen zien wij alle doen en drijven van de mensen per slot van rekening uitlopen op dit voor elk individu in bepaalde tijden van het leven het hoogste. Zeggen wij niet, dat liefde voor de gemeenschap of socialistisch gevoel groter en meer omvattend is want dat is leerstelligheid,​ die wij in de praktijk van het leven door onze daden logenstraffen. De historie van de mensheid vindt a.h.w. steeds weer haar uitgangs- en middelpunt in de liefde van de geslachten, 't Is niet toevallig dat in de oude Genesis-mythe,​ die de wording en de ellende van de mensheid poogt te synthetiseren,​ de appelhistorie van Adam en Eva de aanleiding tot alle verder gebeuren is en Eva en haar appel zijn de eeuwige symbolen gebleven van de vrouw en de liefde. De beroemde mensen, het zijn zij, die groot in de liefde waren: Antonius en Cleopatra, Jezus en Magdalena, Dante en Beatrice, Tristan en Isolde, Francesca en Paolo, Goethe en Charlotte von Stein. Troje voerde tien jaren oorlog om... een vrouw. — Is niet alle kunst gesublimeerde geslachtsdrift?​ Wat leren ons schouwburgen en bioscopen? Draait, niet het leven van elk maatschappij- mens er om hoe hij ’t spoedigst genoeg verdient om een familie te kunnen vormen? Erkennen wij ronduit, dat elk individu dan het sterkst en het meest intens leeft, wanneer zijn leven dat van een ander op de banen van de liefde kruist, en wij geven meteen de verklaring aan, hoe het komt, dat die stoutste en sterkste en echtste drang in de mens in duizenderlei vormen zo verworden en verknoeid is, als wij dat dagelijks om ons heen kunnen waarnemen! Want dat dit zo is, moeten wij erkennen. In de maatschappelijke verhoudingen,​ waarin wij leven, is niets en ook letterlijk niets goeds. Wij behoeden dat hier niet in details te verklaren. Miljoenen van de sterkste jonge kerels worden tegen elkaar opgehitst om elkaar te vermoorden. De fysiek minderwaardigen,​ de afgekeurden,​ mogen blijven leven om het geslacht voort te planten. Werkloosheid,​ de ondergang van duizenden families, wordt geprovoceerd om de lonen maar te drukke, om maar winst te kunnen zuigen. Tienduizenden van de meestal levensechte,​ eerlijkste vrouwen worden in de poel van de prostitutie getrapt en daar door de geldnood tot een soort roofdieren. zo ook op het gebied van de seksuele moraal. Nergens misschien meer dan daar heerst zulk een schromelijk farizeïsme. Wij weten dat, behoeven dat niet in details uit te werken. Spreken over de dingen als wij hier doen is voor de massa reeds een wandaad. De waarheid omtrent het seksuele leven en de wording van de mens aan de kinderen zeggen - men durft het niet aan, men liegt liever wat over kool of ooievaar. Seksuele omgang tussen niet-gehuwden wordt onzedelijk geheten, terwijl zo wat alles geoorloofd is, wanneer het gedekt is door een z.g. fatsoenlijk huwelijk. We zwijgen nu nog maar over de dubbele moraal; die van de man alles vergoelijkt,​ doch die de vrouw, welke het honderdste deel daarvan begaat, tot in de diepste diepte verguist. ​
  
 En zo komen wij ongemerkt op het terrein, waar wij wezen willen. En zo komen wij ongemerkt op het terrein, waar wij wezen willen.
Regel 34: Regel 34:
 De huidige moraal tolereert geslachtelijke omgang alleen zolang die binnen het raam van het wettelijk huwelijk geoefend wordt. Twee mensen, die van elkaar houden, die dus m.a.w. zich tot elkaar’ aangetrokken voelen, die in elkaar de juiste individuen zien, die wederkerig benodigd zijn voor het bevredigen van de geslachtsdrift,​ moeten eerst zich fatsoenlijk verloven (liefst enige jaren, omdat zij “sparen” moeten). Huynink schreef in “De Vrije Socialist” zo raak: “Voorts zien we niet overal om ons heen jonge mensen, die jarenlang met elkaar verloofd zijn en maar aldoor blijven sparen, als daar zijn voor een gespijkerd kleed, voor crapauds, voor chique naar ’t stadhuis rijden. Dorre, droge, duffe zielen!"​ Daarna moeten zij zich allerlei wettelijke formaliteit onderwerpen en de hoge toestemming hebben van de burgemeester... dat zij bij elkaar mogen slapen. Men spreekt wel van mensen, die, niet getrouwd, toch, bij elkaar wonen, als van onzedelijke individuen, maar in trouwe, vindt gij dat inmengen van absoluut vreemden, van ambtenaren, in zulke intieme zaken als een huwelijk, dat toch alleen twee mensen aangaat, niet méér dan onkies? Vindt gij het niet indecent, wanneer gij, een bruidsstoet over straat ziend rijden, precies uitrekenen kunt: over zo en zoveel uur zullen die twee nu voor ’t eerst samen in ’t echtelijke bed stappen? Ik voor mij vind het wettelijk huwelijk met z’n inschrijven,​ formaliteiten en allerlei bruidstooi en geklede jas en brui loftsgedoe vrij wat heidenser dan welke vrije verhouding dan ook. Het lijkt mij onnodig in dezen kring meer over ’t burgerlijk huwelijk als zodanig te zeggen. De huidige moraal tolereert geslachtelijke omgang alleen zolang die binnen het raam van het wettelijk huwelijk geoefend wordt. Twee mensen, die van elkaar houden, die dus m.a.w. zich tot elkaar’ aangetrokken voelen, die in elkaar de juiste individuen zien, die wederkerig benodigd zijn voor het bevredigen van de geslachtsdrift,​ moeten eerst zich fatsoenlijk verloven (liefst enige jaren, omdat zij “sparen” moeten). Huynink schreef in “De Vrije Socialist” zo raak: “Voorts zien we niet overal om ons heen jonge mensen, die jarenlang met elkaar verloofd zijn en maar aldoor blijven sparen, als daar zijn voor een gespijkerd kleed, voor crapauds, voor chique naar ’t stadhuis rijden. Dorre, droge, duffe zielen!"​ Daarna moeten zij zich allerlei wettelijke formaliteit onderwerpen en de hoge toestemming hebben van de burgemeester... dat zij bij elkaar mogen slapen. Men spreekt wel van mensen, die, niet getrouwd, toch, bij elkaar wonen, als van onzedelijke individuen, maar in trouwe, vindt gij dat inmengen van absoluut vreemden, van ambtenaren, in zulke intieme zaken als een huwelijk, dat toch alleen twee mensen aangaat, niet méér dan onkies? Vindt gij het niet indecent, wanneer gij, een bruidsstoet over straat ziend rijden, precies uitrekenen kunt: over zo en zoveel uur zullen die twee nu voor ’t eerst samen in ’t echtelijke bed stappen? Ik voor mij vind het wettelijk huwelijk met z’n inschrijven,​ formaliteiten en allerlei bruidstooi en geklede jas en brui loftsgedoe vrij wat heidenser dan welke vrije verhouding dan ook. Het lijkt mij onnodig in dezen kring meer over ’t burgerlijk huwelijk als zodanig te zeggen.
  
-Is het vrije huwelijk, zoals wij dat kennen, het zonder wettelijke sanctie samenwonen van twee mensen, dan ideëel? En ook op die vraag menen wij ontkennend te moeten antwoorden. Per slot van rekening is het vrije huwelijk een opportunistische vorm, waarin wij, vrijheidslievende ons zoveel mogelijk aan de bestaande moraal aanpassen. Het is echter geen radicaal breken met oude ideologieën.+Is het vrije huwelijk, zoals wij dat kennen, het zonder wettelijke sanctie samenwonen van twee mensen, dan ideëel? En ook op die vraag menen wij //ontkennend// te moeten antwoorden. Per slot van rekening is het vrije huwelijk een opportunistische vorm, waarin wij, vrijheidslievende ons zoveel mogelijk aan de bestaande moraal aanpassen. Het is echter geen radicaal breken met oude ideologieën.
  
 Het huwelijk in z’n huidige monogame vorm, het één man — één vrouw, lijkt ons toe te zijn een overblijfsel uit de feodale tijden als daar weinige zijn. In ons, waar wij ons toch anarchisten noemen, leeft nog zo ontzettend veel van burgerlijke ideologieën en vooral op ’t gebied van de liefde en het huwelijk stellen wij ons tevreden met (misschien enigszins gewijzigde) vormen van antiek eigendomsrecht. Ongetwijfeld is het monogame huwelijk een van de vele instellingen en ideologieën,​ geschapen door de feodale maatschappijverhoudingen,​ vrijwel ongewijzigd door de eeuwen heen geconserveerd,​ zich aanpassend door kunstmatige middelen (wij denken bijv. aan het neomalthusianisme) aan het moderne kapitalisme en gehandhaafd door kerk en staat. Het huwelijk in z’n huidige monogame vorm, het één man — één vrouw, lijkt ons toe te zijn een overblijfsel uit de feodale tijden als daar weinige zijn. In ons, waar wij ons toch anarchisten noemen, leeft nog zo ontzettend veel van burgerlijke ideologieën en vooral op ’t gebied van de liefde en het huwelijk stellen wij ons tevreden met (misschien enigszins gewijzigde) vormen van antiek eigendomsrecht. Ongetwijfeld is het monogame huwelijk een van de vele instellingen en ideologieën,​ geschapen door de feodale maatschappijverhoudingen,​ vrijwel ongewijzigd door de eeuwen heen geconserveerd,​ zich aanpassend door kunstmatige middelen (wij denken bijv. aan het neomalthusianisme) aan het moderne kapitalisme en gehandhaafd door kerk en staat.
Regel 83: Regel 83:
 Schamen wij ons erover, dat ons hart klopt, dat onze longen ademen, dat wij dorst naar kennis hebben? zo weinig hoeven wij ook onze hoogste, meest intense gevoelens, die van de seksualiteit,​ te verloochenen of te miskennen. Schamen wij ons erover, dat ons hart klopt, dat onze longen ademen, dat wij dorst naar kennis hebben? zo weinig hoeven wij ook onze hoogste, meest intense gevoelens, die van de seksualiteit,​ te verloochenen of te miskennen.
  
-Deze redeneringen en conclusies gelden natuurlijk in uiterste consequentie alleen voor een samenleving waar de mens volkomen vrij is. Doch waar de anarchist er naar streeft, in de huidige verhoudingen reeds zo volkomen, principieel en vrij mogelijk te leven, lijkt het ons toe. dat hij zoveel mogelijk van deze idealen in praktijk moet brengen. En dan lijkt óns de meest praktische benadering van de toekomstige vrije liefdeverhouding:​ dat de anarchist thans reeds radicaal breekt met de wettelijkheid en de dwang in de eerste plaats, door het vrije huwelijk in toepassing te brengen (een breken, dat gemakkelijk is, eenmaal aangedurfd) en met verouderde ideologieën in de tweede plaats door te breken met de huwelijkstrouw,​ die een verouderde oud-christelijke eigendomsvorm is, fossiel uit feodale tijden, en het aan te durven ook in dit opzicht met de vrijheid, de poorten van het vrije huwelijk open te laten ook voor anderen, wanneer de ander dit begeert, elk de ander durvend toe te laten, wat hij in diepste wezen ter eigen voldoening behoeft. ​+Deze redeneringen en conclusies gelden natuurlijk in uiterste consequentie alleen voor een samenleving waar de mens volkomen vrij is. Doch waar de anarchist er naar streeft, in de huidige verhoudingen reeds zo volkomen, principieel en vrij mogelijk te leven, lijkt het ons toe. dat hij zoveel mogelijk van deze idealen in praktijk moet brengen. En dan lijkt óns de meest praktische benadering van de toekomstige vrije liefdeverhouding:​ dat de anarchist thans reeds radicaal breekt met de //wettelijkheid// en de dwang in de eerste plaats, door het vrije huwelijk in toepassing te brengen (een breken, dat gemakkelijk is, eenmaal aangedurfd) en met //verouderde ideologieën// in de tweede plaats door te breken met de //huwelijkstrouw//, die een verouderde oud-christelijke eigendomsvorm is, fossiel uit feodale tijden, en het aan te durven ook in dit opzicht met de vrijheid, de poorten van het vrije huwelijk open te laten ook voor anderen, wanneer de ander dit begeert, elk de ander durvend toe te laten, wat hij in diepste wezen ter eigen voldoening behoeft. ​
  
 Wij moeten niet bang zijn, dat consequenties dezer theorieën, die wij nu reeds toe zouden passen, eventueel "​onheil” of "​wanorde” zouden stichten; ’t is er mee als met de revolutie, die volgens de burgerlijke ook "​chaos” brengt. Ongetwijfeld zal bij toepassing dezer ideeën niet altijd alles koek en ei zijn. Door dienstweigering van de man loopt ook wel eens een gezin in ’t honderd! Maar het gaat er om: wat zien wij principieel als juist? En verder: hoe passen wij dit het meest consequent in ons leven toe? Wij moeten niet bang zijn, dat consequenties dezer theorieën, die wij nu reeds toe zouden passen, eventueel "​onheil” of "​wanorde” zouden stichten; ’t is er mee als met de revolutie, die volgens de burgerlijke ook "​chaos” brengt. Ongetwijfeld zal bij toepassing dezer ideeën niet altijd alles koek en ei zijn. Door dienstweigering van de man loopt ook wel eens een gezin in ’t honderd! Maar het gaat er om: wat zien wij principieel als juist? En verder: hoe passen wij dit het meest consequent in ons leven toe?
namespace/de_anarchist_en_het_huwelijk.txt · Laatst gewijzigd: 16/12/19 13:04 door defiance