Het vrijheidsideaal zoveel mogelijk vorm geven

Interview met Martin Smit

 door P'tje Lanser


In dit nummer van Buiten de Orde het eerste interview uit de serie 'Wat bezielt anarchisten?'. Welke ideeen houden anarchisten erop na, hoe leven ze hun idealen en denken ze dat een anarchistiese samenleving haalbaar is?

Op een zonnige dag in februari zitten Martin Smit (42), werkzaam bij Athenaeum Nieuwscentrum, en ik aan een keukentafel in zijn met boeken gevulde woning in hartje Amsterdam te praten over wat hem als anarchist bezielt. Door de openstaande ramen kijkend kun je de boekenstalletjes op het Spui zien, en komt het geluid van rinkelende en piepende trams en dat van krijsende meeuwen de kamer binnen.

"In de tweede helft van de jaren zeventig ben ik in Leeuwarden aktief geworden in diverse aktiegroepjes, vanuit het gevoel het niet eens te zijn met van alles en nog wat en daar iets aan te willen doen. In veel van die groepjes zaten PSP'ers, en het was voor mij toen een logische stap lid te worden van die partij, gewoon omdat ik aktief wilde zijn. Van anarchisme had ik vaag wel eens gehoord maar ik wist er weinig van. Je zou kunnen zeggen dat het boek van Hans Magnus Enzensberger 'De korte zomer van de anarchie', over Buenaventura Durruti en de Spaanse Revolutie, mijn anarchistische 'startpunt' is geweest. Daarna was het snel gedaan met het lidmaatschap van de PSP. Ik werd aktief in aktiegroepjes in de scholierenbeweging, tegen de cityvorming, deed mee aan kraakakties, werkte in een jongerencentrum, en maakte samen met anderen anarchistische tijdschriftjes en we plakten de stad vol met mooi vorm gegeven affiches tegen het gemeentebeleid en tegen de burgemeester. In die tijd nam ik ook de boekendistributie van Bas Moreel over. Als Harpo Distributie - genoemd naar Harpo Marx van de Marx Brothers, de Amerikaanse broers met hun anarchistische humor - verspreidde ik anarchistische uitgaven van Spreeuw, Pamflet, AU en bladen als De As, naar veelal linkse boekwinkels. Dat heb ik zes jaar met veel plezier gedaan, er was toen veel belangstelling voor dat soort uitgaven. Toen een paar jaar later in de belangstelling voor het politieke boek flink de klad kwam, veel uitgeverijtjes konden het financieel niet meer konden bolwerken, ben ik met de distributie gestopt. Eén van de mooiste akties die ik destijds meegeorganiseerd heb, was een van de eerste taartengooi-akties. Door de groucho-marxistische Slachrjemme Brigades, werden tijdens de opening van een wanstaltig verzekeringskantoor in Leeuwarden, de commisaris van de koningin en de directeur van de verzekeringsmaatschappij getrakteerd op taart in het gezicht. Iedereen sprak er schande van, maar publiciteit kreeg het wel. Wanneer je aktie voerde moest er wel iets te lachen zijn, vonden wij. De droogkloterige manier van aktievoeren van clubs als de PSP en de PPR, vonden we maar niks.

Wat mij toen in anarchisme aansprak was het streven naar zo weinig mogelijk bemoeienis en gezag van bovenaf, en het pleiten voor het zelfbeslissingsrecht van mensen. Ik vond dat mensen zelf moesten kunnen beslissen over hun eigen woon-, werk- en leefomgeving. Dat vind ik trouwens nog steeds. Door maar genoeg aktie te voeren zou een anarchistiese samenleving wel dichterbij komen, dacht ik in mijn jonge onbezonnenheid. Ik vind dat nu een vrij naïve gedachte. Ik studeerde destijds ook voor opbouwwerker, vanuit het idee dat ik iets konkreets wilde doen tegen het gemeentebeleid in het centrum en de oude wijken in de stad Leeuwarden, waar ik toen woonde. Deze studie heb ik overigens niet afgemaakt, omdat ik in dienst moest en uiteindelijk anderhalf jaar lang mijn vervangende dienst heb vervuld bij het Rijksarchief in Leeuwarden, een niet bijster inspirerende baan overigens."

Anarchisten van de daad

Martin zegt niet met zijn anarchisme te koop te lopen, maar hij noemt zichzelf wel anarchist, zij het een bescheiden. Denken en handelen vanuit een anarchistische visie, bijvoorbeeld op zijn werk, bij het opvoeden van zijn twee kinderen, of binnen vriendschappen zijn voor hem het belangrijkste. Hij probeert dat zo goed mogelijk vorm te geven, maar benadrukt dat het konsekwent volhouden vrijwel onmogelijk is, wil je het voor jezelf niet onleefbaar maken. Er zijn simpelweg beperkende omstandigheden, waardoor je niet altijd kunt handelen naar je ideeën. Samen met Jaap van der Laan is hij het verzendantiquariaat Nog Pas Gisteren begonnen, gespecialiseerd in tweedehands anarchistische boeken. "Ik vind het al prachtig wanneer iemand een boekje over anarchisme koopt. Als ik zo een beetje belangstelling voor het anarchisme kan opwekken, is dat mooi meegenomen."

"Wat ik onder anarchisme versta? Ik denk dat ik het vrijheidsbegrip het belangrijkste vind. Iedereen zou zoveel mogelijk in vrijheid moeten kunnen leven, zonder beperkingen van bovenaf. Ik ben erg geïnspireerd door de collectivisaties tijdens de Spaanse Revolutie in 1936. Het is het enige grootschalige praktijkvoorbeeld van het funktioneren van een anarchistische samenleving, al valt er natuurlijk wel het een en ander op af te dingen. Voor mij heeft het iets van: "Zie je wel, het kan heus wel!" Ik ben geen individueel anarchist in de geest van Max Stirner. Voor mij is de arbeidersbeweging historisch gezien onlosmakelijk verbonden met het anarchisme. Anarchisten als Durruti, Makhno en andere anarchisten van de daad, hebben me altijd zeer geïnspireerd, niet zozeer vanwege hun daden, maar meer vanwege de felheid waarmee zij hun standpunten uitdroegen. Ik ben altijd een fan geweest van Emma Goldman - haar boek 'Mijn leven' vond ik zeer inspirerend - vanwege haar niet aflatende ijver en overtuiging om voor haar idealen op te komen. Ik heb in al die jaren aardig wat boeken over anarchisme verzameld en gelezen, maar ik ben nooit een lezer geweest die de de klassiekers van Domela, Kropotkin of Bakoenin uitgebreid bestudeerd heeft. George Woodcocks 'Anarchism' vond ik destijds een leerzaam boek, en ik mocht ook graag de stukken van Constandse in De As lezen. Het is wel zo dat mijn belangstelling voor het anarchisme de laatste jaren nogal historisch getint is. Ik weet niet precies waar dat door komt. Zo ben ik al jaren bezig de zaak Sacco en Vanzetti tot op de bodem uit te zoeken. En het zijn ook de randgebieden van het anarchisme die mij bezighouden: figuren en bewegingen die je niet direct als anarchistisch kunt betitelen, maar er toch erg tegen aanhangen. Schrijvers als B. Traven en Upton Sinclair, de IWW, de muziek van oude blueszangers, obscure anarchisten als Carlo Tresca en Luigi Galleani, maar ook iets als de Beat Generation. Een soort zoektocht naar wat dergelijke figuren beweegt en hoe ze dat naar buiten brengen. En wanneer ik daar een aardig stukje over kan schrijven, ben ik daar al heel blij mee. Vooral de laatste jaren ben ik beïnvloed door het denken en werk van Arthur Lehning. Zijn visie op de onscheidbaarheid van politiek, kunst en cultuur, en op de utopie als richtsnoer voor het dagelijks handelen, spreken mij zeer aan. Ik heb Lehning een paar keer ontmoet, ik heb een paar boekjes van hem mee uitgegeven, en vond het een eer bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs aan Lehning en bij zijn honderdste verjaardag aanwezig te kunnen zijn."

Niet meer toepasbaar

Op de vraag of hij theorievorming over anarchisme belangrijk vindt, antwoordt Martin dat het wel belangrijk is, maar niet noodzakelijk. Je bent niet pas een anarchist als je de theorie doorgespit hebt. Vaak handelen mensen vanuit iets oorspronkelijks, een soort natuurlijke vrijheidsdrang, een anarchistische houding als het ware, zonder dat zo te benoemen. Maar je kunt volgens hem niet om theorievorming heen, omdat je alert moet blijven op ontwikkelingen in de samenleving. Het anarchisme is van oorsprong een negentiende eeuwse theorie, die in de daaropvolgende eeuw nauwelijks veranderd is. De oorspronkelijke grootschalige ideeën vindt hij heden ten dage niet meer toepasbaar. De vrijheidsgedachte, het zelf beslissen en de zelfwerkzaamheid staan echter nog fier overeind en hij vindt het belangrijk om van daaruit te handelen.

"In mijn dagelijkse leven probeer ik mijn anarchisme op een kleinschalige manier vorm te geven. Ik ben niet aktief in anarchistische groepen. Hoewel ik op zich een voorstander ben van collectief samenwerken, heb ik de tijd van het werken in groepjes momenteel een beetje gehad. Veel moeite, energie, tijd en geld ging vaak op puur aan het organiseren, en de resultaten waren op zichzelf bezien gering. Ik vond dat vaak uiterst moeizaam werken en kreeg de behoefte om aan iets konkreters te werken, zoals artikeltjes schrijven over anarchistische onderwerpen en het verkopen van boeken over anarchisme met mijn antiquariaatje.

Gesprekken over anarchisme ga ik niet uit de weg. Als je merkt dat mensen niet iets van het anarchisme weten, kom je al gauw in een verdedigende rol te zitten. Voor je het weet lijkt het dan alsof je een soort godsdienst staat te verkopen. Daar heb ik niet altijd zin in, misschien dat ik daarom ook niet zo te koop loop met mijn anarchisme. Ik probeer mijn anarchistische ideeën in de dagelijkse praktijk vorm te geven, en situaties zo prettig mogelijk te maken, zonder er direct het etiket anarchisme op te plakken. Maar de praktijk leert dat het toch vaak schipperen is tussen idealen en werkelijkheid. Je kunt je niet in alles anarchistisch opstellen, dat werkt niet, misschien alleen als je in een hutje op de hei woont."

 Tien geboden van het anarchisme

De vraag of een anarchistiese samenleving haalbaar is, houdt hem niet bezig. De werkelijkheid beschouwt hij niet als ideaal, maar dat is niet iets onoverkomelijks. Het idee van een anarchistische samenleving staat ook te ver af van het dagelijkse leven. Bovendien, stelt hij, wanneer je die anarchistische samenleving als doel stelt, ben je dan eigenlijk niet bezig dingen via een omweg te regelen? Iedereen heeft zijn of haar idealen, ga niet zitten wachten op de ideale momenten en waarom zou je je anarchistische idealen uitstellen, probeer het nu zoveel mogelijk vorm te geven.

"Ik moet zeggen dat ik de discussies in de bladen over anarchisme niet echt volg, en zeker niet op internationaal niveau. De hele Bob Blackdiscussie is bijvoorbeeld eigenlijk aan mij voorbij gegaan, hoewel ik het principe van het creëren van autonome zones wel zie zitten. Ach, misschien ben ik daar op mijn eigen kleinschalige manier ook wel mee bezig. Het propagandistisch uitdragen van het anarchistisch gedachtengoed heb ik inmiddels wel achter me gelaten. Door de jaren heen is er door werk, persoonlijke omstandigheden, belangstelling en aktiviteiten toch een verschuiving opgetreden. Ik ben niet in de omstandigheid om continu, fulltime mij bezig te houden met het uitdragen van de anarchistische idee, of om mij volledig te storten op het voeren van aktie, of het maken van een blad. Maar ik zou dat ook niet meer willen. Waarmee ik niet wil ontkennen dat de jaren waarin ik dat wel deed, een goeie leerschool zijn geweest. Absoluut niet, de praktijk van nu is voor mij een logisch gevolg van het verleden.

Ik voel zeker verwantschap als ik met mede-anarchisten ben, zoals tijdens de jaarlijkse Pinksterlanddagen in Appelscha. Het is uiterst prettig om met gelijkgestemden om te gaan. Gedachtes uitwisselen, contacten leggen vind ik daar zeer waardevol. Maar ik heb geen behoefte om ieder jaar dezelfde discussie over welk onderwerp dan ook weer aan te gaan. Maar ik heb natuurljk wel mijn mening over bepaalde zaken. Zo zou het in de anarchistische beweging best wel wat minder knullig georganiseerd kunnen zijn. Er heerst soms een een soort amateurisme waar ik maar moeilijk vrede mee kan hebben. De Pinksterlanddagen hebben eigenlijk een goeie manager nodig, denk ik wel eens, en ik kan me ook vreselijk ergeren aan de slechte vormgeving van bladen en affiches. De laatste jaren bespeur ik wel een tendens naar een soort dogmatisch anarchisme. Als je anarchist bent, moet je zus of zo leven. Je kunt geen anarchist zijn, zonder vegetariër of veganist te zijn. En als je anarchist bent, hoe kun je dan van wielrennen houden, of detectives lezen. Er wordt uitgegaan van een soort tien geboden van het anarchisme. Dat dogmatische staat me erg tegen. Er bestaat immers niet een anarchistische theorie die voor altijd vaststaat, het moet voortdurend mogelijk zijn daar wijzigingen in aan te brengen, discussies over te voeren, nieuwe dingen in aan te brengen. Anders verwordt anarchisme tot een godsdienst en voor je het weet ben je een prediker vanaf een zeepkist. Daarom is het streven naar een anarchistische samenleving toch ook een beetje een dogmatische gedachte. Probeer nu maar het voor jezelf en voor anderen op dit moment zo prettig mogelijk te maken, dan zijn we al een eind in de goede richting."

De naar schatting zevenhonderd mensen die je volgens Martin tot de anarchistische beweging in Nederland kunt rekenen, hebben als zodanig weinig kracht. De potentiële kracht die er is, is in de dagelijkse praktijk te vinden. Probeer je eigen woon-, werk-, of leefomgeving zoveel mogelijk naar je idealen vorm te geven, probeer zoveel mogelijk over je eigen leven te beslissen, zonder dat je daarmee de vrijheid van anderen beknot. "Ik denk niet dat je op wereldschaal over anarchisme moet denken, dat staat erg ver af van de werkelijkheid en van de praktijk van het dagelijks leven. De theorie van het anarchisme is natuurlijk van oorsprong erg ingegeven door het negentiende eeuwse denken, dat er op redelijk korte termijn een ideale samenleving naar anarchistisch model te creëren zou zijn. Dat lijkt me toch achterhaald. Ik probeer liever het vrijheidsideaal in de praktijk zo veel mogelijk vorm te geven. Waar dat dan toe leidt, daar kunnen we het dan nog wel eens over hebben. Arthur Lehning verwoordde dat mooi: "Voor mij is de utopie niet een ver en vaag ideaal, maar de voorstelling die zich concretiseert in dagelijkse handelingen, waarbij de middelen die men aanwendt in overstemming moeten zijn met het ideaal."